Einde inhoudsopgave
Gedreven door een aspiratieve moraal (SteR nr. 61) 2023/8.6.1
8.6.1 Verstandigheid
E.W.J. van Dijk, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
E.W.J. van Dijk
- JCDI
JCDI:ADS717847:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aristoteles, a.w., 1142b34, p. 193.
J.E. Soeharno, ‘Over rechterlijke intuïtie. Paul Scholtens intuïtieleer en een alternatief model van Aristoteles’, Rechtsfilosofie & Rechtstheorie (2005), p. 246.
Ik heb mij hierbij laten inspireren door B. Schwartz, K. Sharpe, Practical Wisdom. The right way to do the right thing, New York 2010, p. 25-26.
Kronman spreekt in dit verband van: “a certain calmness in deliberations, together with a balanced sympathy toward the various concerns of which his situation (or the situation of his client) requires that he take account”. A.T. Kronman, The Lost Lawyer, Failing ideals of the legal profession, Cambridge Massachusetts 1993, p. 16.
Kruse verwoordt dit als volgt: “In exercising professional judgment, a lawyer draws on an implicit underlying understanding of professional role that strikes a balance between competing professional values, even if the balancing process remains under the surface”. K.R. Kruse, ‘Professional Role and Professional Judgement: Theory and Practice in Legal Ethics’, University Of St. Thomas Law Journal (2011, Volume 9), p. 251.
Zie hierover reeds hoofdstuk 3, paragraaf 3.5.2.
Jones, a.w., p. 847.
Gutmann schrijft: “Complex professional decisions typically require deliberation between professional and client, if only (but not only) to figure out what a client wants, and how a professional can best help the client without making things worse (by using means, for example, that are incompatible with some other valued end that only deliberation brings to light). Deliberation is a constitutive part of practical judgment with regard to complex professional decisions that affect the interests of other people, and practical judgment is, as the character conception correctly suggests, an indispensable virtue of good lawyering”. A. Gutmann, ‘Can Virtue Be Taught to Lawyers?’, Stanford Law Review (1993, Volume 45, No. 6), p. 1769.
M.S. McGinniss, ‘Virtue Ethics, Earnestness, and the Deciding Lawyer: Human Flourishing in a Legal Community’, North Dakota Law Review (2011, Volume 87, No. 1), p. 26.
Zie D.J. Cantrell, K. Sharpe, ‘Practicing Practical Wisdom’, Mercer Law Review (2016, Volume 67), p. 351, die hier feitelijk op compassie als relevante houding wijzen. Kronman heeft hierop een zelfde wijze oog voor als hij schrijft: “The wise counselor is one who is able to see his client's situation from within and yet, at the same time, from a distance, and thus to give advice that is at once compassionate and objective”. A.T. Kronman, 'Living in the Law', University of Chicago Law Review (1987, Volume 54, No. 3), p. 866. Zie ook Araujo: “If the virtue of justice prescribes the just goal or end, then prudence and compassion are the means to that end”. R. Araujo, ‘The Virtuous Lawyer: Paradigm and Possibility’, SMU Law Review (1997, Volume 50), p. 443.
M. Nussbaum, Politieke emoties. Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan, Amsterdam 2014, p. 365.
Sherman, a.w., p. 38.
Sherman, a.w., p. 47.
In deze zin spreekt ook Fuller zich uit. Vgl. L.L. Fuller, ‘The role of the lawyer in labor relations’, American Bar Association Section of Labor Relations Law (1954, Proc. 23 1954), p. 24.
Om te bepalen welke handeling de juiste is, is de verstandigheid misschien wel de meest relevante deugd. Verstandigheid maakt dat een advocaat op de juiste wijze vanuit de juiste overwegingen tot de juiste beslissing komt. Met de rede wordt afgewogen wat ten aanzien van het voorliggende geval is vereist. Aristoteles spreekt in dit verband ook wel over welberadenheid: “Als het dus voor verstandige mensen kenmerkend is welberaden te zijn dan zal welberadenheid die juistheid van beraad zijn die erin bestaat te vinden wat bijdraagt tot het doel waarvan verstandigheid de ware perceptie is”.1 Dit beraad leidt tot een bewuste keuze, een voornemen, dat tot een beslissing kan leiden. De juiste beslissing is vervolgens een midden: het is ‘precies’ datgene doen wat de situatie vereist.2
In de advocatuur kunnen we verstandigheid op een aantal manieren concretiseren. Ik noem er zes.3 (1) Een advocaat is gevoelig voor context. Verstandigheid is eerst en vooral de vaardigheid een situatie vanuit meerdere gezichtspunten (contexten) waar te nemen, mogelijk concurrerende gedragslijnen te zien, oog te hebben voor ethische of morele zorgen die door de situatie worden opgeroepen en de voordelen van verschillende uitkomsten te beoordelen.4 (2) Een advocaat herkent competitieve waarden. Een advocaat ziet welke waarden er in het geding zijn en weet in het concrete geval de balans te vinden tussen met elkaar botsende waarden.5 Een dergelijk spel doet zich bijvoorbeeld voor tussen de ogenschijnlijk met elkaar strijdige kernwaarden partijdigheid en onafhankelijkheid.6 (3) Een advocaat weet interne goederen te onderscheiden van externe goederen. Een advocaat wil het juiste doen omwille van de interne goederen van de praktijk. Een verstandig advocaat weet wat er op het spel staat als het gaat om een goede rechtsbedeling en heeft oog voor de mogelijk (corrumperende) invloed hierop van externe goederen zoals winst en roem. (4) Een advocaat is in staat de casus vanaf een zekere afstand te aanschouwen.7 Advocaten zijn zich ervan bewust dat ze hun opdracht pas kunnen begrijpen als ze weten wat de belangen, wensen en voorkeuren van de cliënt zijn. Daar is afstand voor nodig. Juist door deze afstand stelt een advocaat zijn cliënt in staat een ‘informed decision’ te nemen.8 Een advocaat verliest daarbij niet uit het oog dat hij, vanwege zijn kennis en vaardigheden, een grote invloed heeft op de keuzes die zijn cliënt heeft te maken.9 (5) Een advocaat heeft oog voor emoties. Het is een bekende valkuil als advocaten de emoties van hun cliënt klakkeloos overnemen in hun reactie op de wederpartij. Tegelijkertijd moeten die emoties een plaats krijgen. Een cliënt wil nu eenmaal ook dat de andere partij weet hoe hij erover denkt. De kunst is om die behoefte in een juiste balans onderdeel van een oplossingsgerichte strategie te laten zijn.10 Ook emoties hebben morele zeggingskracht.11 Door emoties komen we te weten wat ethisch relevant is, wat voor een mens geldt als lijden of wreedheid, wat oneerlijk is.12 Sherman zegt het als volgt: “The point is that without emotions, we do not fully register the facts or record them with the sort of resonance and importance that only emotional involvement can sustain”.13 Door emoties is een advocaat in staat werkelijk waar te nemen. Een advocaat ziet en begrijpt de signalen die emoties proberen af te geven en weet hoe hij de emoties tot bondgenoot van een redelijke, dat wil zeggen: op de rede gebaseerde, oplossing kan maken. (6) Een advocaat heeft een goede inschatting hoe zijn juridische kennis in te zetten. Een advocaat weet ondanks zijn neiging naar orde en eenheid, naar coherentie en interne consistentie, naar het samenbrengen van zaken in een gearticuleerd geheel, dat de praktijk weerbarstig en onberekenbaar is en zelden in overeenstemming met de theorie.14 Hij verliest daarom de nuances en bijzonderheden van het concrete geval niet uit het oog.