Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/10.6.3.3
10.6.3.3 Haags Forumkeuzeverdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS420518:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor het toepassingsbereik van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag verwijs ik naar hfdst. 8.
HvJ EG 7 maart 1985, zaak 48/84, Spitzley/Sommer Exploitation, Jur. 1985, p. 787, NJ 1986, 336 en par. 16.6.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-971; De Meij, Samenloop van CMR-Verdrag en EEX-Verordening, p. 241.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-972-976 verwijst naar het CMR dat voor forumkeuze ook een bijzondere regel kent.
HvJ EG 6 december 1994, zaak C-406/92, Ship Tatry, Jur. 1994, p. 1-5439, NJ 1995, 659.
Vgl. ook de verhouding CMR en EEX-V° inzake stilzwijgende forumkeuze, De Meij, Samenloop van CMR-Verdrag en EEX-Verordening, p. 273.
Kropholler, EZPR, p. 518, nr. 2.
Vgl. Verklaring van Raad en Commissie over de art. 71 en 72 in verband met de Haagse Conferentie voor internationaal privaatrecht, nr. 14 139/00, d.d. 14 december 2000, JUSTCIV 137.
Het Haags Forumkeuzeverdrag heeft geen bepalingen over stilzwijgende forumkeuze. Het regelt slechts de internationale bevoegdheid over uitdrukkelijke forumkeuzen. Gezien het toepassingsbereik van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag, zou derhalve in deze situatie (bij een verschijnende verweerder die niet betwist) het geadieerde gerecht bevoegd zijn op grond van de laatste bepaling ongeacht een forumkeuze voor een ander gerecht waarop het Haags Forumkeuzeverdrag van toepassing is. Het bepaalde in de art. 5 en 6 Haags Forumkeuzeverdrag (en de uitdrukkelijke forumkeuze) zou door de stilzwijgende forumkeuze terzijde worden gesteld.1 Een stilzwijgende forumkeuze gaat immers in beginsel voor een (eerdere) uitdrukkelijke forumkeuze.2
Toch is dat naar mijn mening niet juist in alle gevallen. Onderscheid dient te worden gemaakt tussen art. 57 Verdrag en 71 EEX-V°.3 Het Haags Forumkeuzeverdrag heeft voor een uitdrukkelijke forumkeuze op grond van art. 57 Verdrag voorrang boven art. 18 Verdrag, indien een uitdrukkelijke forumkeuze is overeengekomen. Het Haags Forumkeuzeverdrag heeft immers betrekking op een 'bijzonder onderwerp' in de zin van art. 57 Verdrag.4 In het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Ship Tatry overwoog het Hof van Justitie dat het bijzondere verdrag de toepassing van het EEX slechts uitsluit voor geschillen die dat bijzondere verdrag regelt.5Art. 6 Haags Forumkeuzeverdrag bepaalt uitdrukkelijk dat een gederogeerd gerecht zich onbevoegd moet verklaren. Een stilzwijgende forumkeuze behoort niet tot één van de uitzonderingen die art. 6 Haags Forumkeuzeverdrag noemt om zich bevoegd te achten ondanks de forumkeuze. Een stilzwijgende forumkeuze kan daardoor een uitdrukkelijke forumkeuze waarop art. 6 Haags Forumkeuzeverdrag van toepassing is niet terzijde schuiven. Omdat de derogerende werking van een forumkeuze uitdrukkelijk in art. 6 Haags Forumkeuzeverdrag is geregeld, kan niet worden gesteld dat stilzwijgende forumkeuze ex art. 24 EEX-V°/18 Verdrag niet door het Haags Forum-keuzeverdrag is geregeld.6
Op grond van art. 71 EEX-V° geldt dat echter niet voor art. 24 EEX-V°, omdat deze bepaling slechts voorrang geeft aan verdragen over bijzondere onderwerpen die zijn gesloten vóór 1 maart 2002.7 Aangezien het Haags Forumkeuzeverdrag is tot stand gekomen op 30 juni 2005, zal een besluit van de EG over toetreding tot het Haags Forumkeuzeverdrag moeten worden afgewacht.8 Na inwerkingtreding van het Haags Forumkeuzeverdrag en bij gebreke van een regeling van dit onderwerp, zal het Haags Forumkeuzeverdrag voorrang hebben op art. 24 EEX-V°. Tot de inwerkingtreding van het Haags Forumkeuzeverdrag in de EG zal op grond van art. 24 EEX-V° het gerecht bevoegd zijn, indien de verweerder verschijnt en de bevoegdheid niet betwist. Er vindt geen ambtshalve toetsing plaats van de forumkeuze waarop het Haags Forumkeuzeverdrag van toepassing is, zodra de verweerder verschijnt en de bevoegdheid niet (tijdig) betwist.