Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.7.3:2.7.3 De straftoemetingsbepalingen, de wijze van (individuele) straftoemeting
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.7.3
2.7.3 De straftoemetingsbepalingen, de wijze van (individuele) straftoemeting
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS466898:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 52, lid 4 Besluit IB 1941 vermeldde tevens dat de Minister van Financiën bevoegd was om kwijtschelding van de verhoging van artikel 52 Besluit IB 1941 te verlenen in geval van dwaling of onvrijwillig verzuim. Hiermee werd voortgebouwd op de reeds bestaande kwijtscheldingsbevoegdheid van artikel 110 Wet IB 1914. Opgemerkt wordt dat er aanvankelijk geen kwijtscheldingsbevoegdheid werd geïntroduceerd met betrekking tot de verdubbeling van de navordering van artikel 4 van de Zevende Uitvoeringsbeschikking. Kennelijk vond men dit overbodig, omdat die verhoging slechts in gevallen van opzet of grove nalatigheid kon worden opgelegd. Was sprake van dwaling of verschoonbaar verzuim, dan kwam de verdubbeling bij navordering helemaal niet in beeld.