Smartengeld
Einde inhoudsopgave
Smartengeld 1998/5.3.1:5.3.1 Algemeen
Archief
Smartengeld 1998/5.3.1
5.3.1 Algemeen
Documentgegevens:
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 21-06-1998
- Datum
21-06-1998
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD72497:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Daaronder begrepen psychische schade die op haar beurt weer gepaard gaat met lichamelijke gevolgen, zoals een verhoogde bloeddruk, een hartaanval, een miskraam, etc.
Wanneer het gaat om psychische schade als gevolg van lichamelijk letsel bestaat reeds op die grond een recht op vergoeding van immateriële schade. Zie hiervoor § 4.2.3.
D.w.z. gevallen waarin niet tevens sprake is van lichamelijk letsel van betekenis.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel de term 'geestelijk letsel' weinig fraai is, is hij in het spraakgebruik aanvaard en bevat hij twee voor de problematiek kenmerkende elementen. In de eerste plaats geeft het woord 'letsel' aan dat het gaat om 'ziekte' en niet om minder gekwalificeerde vormen van psychisch nadeel. In de tweede plaats ligt de nadruk hier op gevallen waarin vooral sprake is van een zelfstandige geestelijke aantasting1 die niet het gevolg is van (eigen) lichamelijk letsel.2 Psychische schade laat zich door een jurist niet eenvoudig benaderen. Dat komt mede doordat hij daarbij 'andermans' terrein betreedt; dat van de psycholoog en de psychiater, hetgeen noopt tot (extra) behoedzaamheid. In het navolgende zal niettemin worden getracht aansluiting te zoeken bij bevindingen in de psychologie en de psychiatrie. Daarnaast levert psychische schade naar haar aard ook op juridisch terrein de nodige moeilijkheden op. Die liggen echter, zoals hiervoor reeds werd aangegeven, (lang) niet uitsluitend op het terrein van de immateriële schade. Weliswaar kan men zeggen dat immateriële schade zich steeds 'afspeelt' op het psychische ('immateriële') vlak, maar omgekeerd kan niet worden volgehouden dat alle juridische kwesties met betrekking tot psychische schade uitsluitend op het terrein van het smartengeld spelen en in dat verband moeten of kunnen worden 'opgelost'. De psychische schade raakt evenzeer de vraag naar onrechtmatigheid, relativiteit en causaal verband en de vraag naar de vergoeding van vermogensschade.
In het navolgende ligt de nadruk op de vraag wanneer bij 'enkel'3 geestelijk letsel kan worden gesproken van een aantasting van de persoon in de zin van artikel 6:106. Aan andere aansprakelijkheidsvragen wordt slechts zijdelings aandacht besteed.