RFR 2025/75
Heeft de Raad voor de Kinderbescherming onrechtmatig gehandeld jegens afstandsmoeders in Nederland? Ontvankelijkheid, gelijksoortigheidsvereiste en verjaring.
Hof Den Haag 13-03-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:353
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
13 maart 2025
- Magistraten
Mrs. E.M. Dousma-Valk, G. Dulek-Schermers, E. Bauw
- Zaaknummer
200.321.335/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD13800:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2025:353, Uitspraak, Hof Den Haag, 13‑03‑2025
- Wetingang
Art. 3:305a, 3:310 lid 1, 3:321 lid 1f BW (oud); art. 8 EVRM
Essentie
Jeugdbescherming. Adoptie.
Heeft de Raad voor de Kinderbescherming in de periode 1956-1984 onrechtmatig gehandeld jegens afstandsmoeders in Nederland? Ontvankelijkheid, gelijksoortigheidsvereiste en verjaring.
Samenvatting
In het verleden hebben veel (ongehuwde) vrouwen al dan niet gedwongen hun kind afgestaan ter adoptie. Dit betreft met name de jaren vijftig tot en met zeventig van de vorige eeuw. Deze zogenaamde ‘afstandsmoeders’ zijn zich in de loop van deze eeuw gaan roeren en dit heeft een WODC-onderzoek tot gevolg gehad, alsmede de inrichting van het Aanmeldpunt binnenlandse afstand en adoptie 1956-1984. Dit heeft geleid tot het aansprakelijk stellen van de Staat door een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.