Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.3.2.2.1:14.3.2.2.1 Algemeen
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.3.2.2.1
14.3.2.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS497016:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de boeteoplegging door de inspecteur gelden de voorschriften die zijn vastgelegd in afdeling 2, hoofdstuk VIIIA en hoofdstuk 5, titel 5.4 Awb. Bij het opleggen van een bestuurlijke boete beweegt de inspecteur zich traditioneel op het snijvlak van het bestuurs- en strafrecht. Wortel omschrijft de bestuurlijke boete aldus dat die naar de oplegger gerekend als een bestuursrechtelijke is te kwalificeren en naar haar inhoud bezien als een strafrechtelijke is aan te merken.1 Een boete heeft een punitief karakter en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het opleggen van een straf.2 Een boete is geen rentevergoeding, geen compensatie voor niet verhaalbare belasting en evenmin een compensatie voor administratieve kosten.3 Het boeteonderzoek is weliswaar mede strafrechtelijk van aard, maar wordt niet genormeerd door de regels en beginselen van strafvordering. De voorschriften uit Sr en Sv zijn daarop niet van toepassing. De (dreiging met/aankondiging van) oplegging ervan is wel aan te merken als het instellen van strafvervolging in de zin van art. 6 EVRM.4 De daarin vastgelegde of gelezen verdedigingsrechten gelden echter niet zonder meer in volle omvang voor de bestuurlijke boeteprocedure.5