FED 2025/1
Verlengde herzieningstermijn voor onroerende investeringsgoederen mag niet categorisch worden geweigerd voor investeringsdiensten.
HvJ EU 12-09-2024, ECLI:EU:C:2024:736, m.nt. mr. dr. M.D.J. van der Wulp (Drebers)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
12 september 2024
- Magistraten
Mrs. Prechal, Biltgen, Wahl, Passer, Arastey Sahún
- Zaaknummer
C-243/23
- Noot
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- Roepnaam
Drebers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994409:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Belastingen EU
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:736, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 12‑09‑2024
ECLI:EU:C:2024:468, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 06‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Verlengde herzieningstermijn voor onroerende investeringsgoederen mag niet categorisch worden geweigerd voor investeringsdiensten.
Samenvatting
Het Belgische advocatenkantoor L BV verricht in de jaren 2007-2015 omvangrijke werkzaamheden aan haar bedrijfspand. Het pand wordt ook gedeeltelijk privé gebruikt. Door het vervallen van de btw-vrijstelling voor advocatendiensten per 1 januari 2014, kan L BV de herzienings-btw voor haar investeringsgoederen terugvragen. L BV beroept zich op de verlengde herzieningstermijn van vijftien jaar die geldt voor ‘onroerende bedrijfsmiddelen’. Volgens de Belgische belastingdienst geldt echter een termijn van vijf jaar, omdat de aan het pand verrichte werkzaamheden kwalificeren als ‘bedrijfsmiddelen’. In de ogen van de fiscus ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.