Inhoudsopgave
Asser/Van Olffen 7-VII 2022/12:12 Onderscheid personenvennootschap en kapitaalvennootschap.
Asser/Van Olffen 7-VII 2022/12
12 Onderscheid personenvennootschap en kapitaalvennootschap.
Documentgegevens:
prof. mr. M. van Olffen, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
prof. mr. M. van Olffen
- JCDI
JCDI:ADS636756:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Wetingang
art. 15 WvK
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De maatschap, vof en c.v. onderscheiden zich als contractuele samenwerkingsvormen die gedurende hun gehele bestaan door het vennootschapscontract worden beheerst, van de naamloze en besloten vennootschap. Onder het huidig recht komt aan de maatschap, vof en c.v. geen rechtspersoonlijkheid toe; wel kan de vennootschap in mindere of meerdere mate ook naar buiten als eenheid gelden, als een rechtssubject worden aangemerkt.
De maatschap, vof en c.v. zijn vormen van samenwerking in vennootschapsverband. Ook de nv en bv hebben van oorsprong een corporatief karakter. Toch zijn de maatschap, vof en c.v. als samenwerkingsvormen die gedurende hun gehele bestaan zijn gegrondvest óp en worden beheerst dóór een overeenkomst van vennootschap, duidelijk te onderscheiden van de nv en bv. Zie de toelichting van Meijers op zijn ontwerp voor een NBW, p. 17. De nv en bv, geregeld in Boek 2 BW betreffende rechtspersonen kunnen niet meer, zoals in art. 15 WvK dat vroeger ook déze vennootschappen bestreek, gezien worden als bijzondere soorten van vennootschap die in de eerste plaats worden geregeerd door de overeenkomst van partijen. De nv en bv zijn historisch bezien, vormen van samenwerking (de eenmansvennootschap wordt zelfs door de wetgever erkend), die in mindere of meerdere mate, zowel naar buiten toe als inwendig, zijn geïnstitutionaliseerd, hetgeen rechtens tot uitdrukking komt doordat aan deze rechtsvormen rechtspersoonlijkheid is toegekend met tweeërlei effect. In de eerste plaats: het bij aanvaarden van rechtspersoonlijkheid immer aanwezige gevolg dat de vennootschap in het haar omringende rechtsverkeer geldt als rechtssubject, als zelfstandige draagster van rechten en verplichtingen. In de tweede plaats echter ook: het gevolg dat de vennootschap geldt als een autonome georganiseerde eenheid die – intern – door eigen rechtsregels van specifieke aard, bijvoorbeeld betreffende de besluitvorming binnen deze eenheid, wordt beheerst. Daarom juist zijn de nv en bv geregeld in Boek 2 BW betreffende rechtspersonen waarin ook de verhoudingen binnen die rechtspersonen op een eigen, specifieke wijze worden benaderd. Deze verhoudingen worden niet beheerst door het overeenkomstenrecht, maar door rechtsregels van eigen aard. Zie Dortmond & Beckman, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/131, en vgl. Van der Grinten, Honée & Hendriks-Jansen, Van der Heijden Handboek NV/BV 1992/131. Zie voorts: Asser/Maeijer 2-III 1994/8 en Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/13. Ook de oprichting van een nv of bv moet worden gekenschetst als een rechtshandeling van eigen aard gericht op het tot stand brengen van de vennootschap. Zie ook de formulering in art. 2:64 lid 2 BW en art. 2:175 lid 2 BW, waarover: Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/13 en 43.
Bij de nv en bv zijn de vennoten in beginsel vervangbaar en tegenover derden niet persoonlijk aansprakelijk. Slechts tot het bedrag van hun deelneming in het vennootschapskapitaal kunnen zij in hun persoonlijk vermogen worden aangetast. De enige samenwerkingsverplichting die de wetgever oplegt aan de vennoten, is juist dit deelnemen in het in aandelen verdeelde kapitaal van de vennootschap. Ofschoon in de praktijk de aandeelhouders-vennoten ook bestuurders kunnen zijn, worden de functie van vennoot en die van bestuurder van een nv of bv door de wetgever nauwkeurig van elkaar gescheiden. De laatste functie wordt door de wetgever niet in beginsel aan de eerste functie verbonden. Dit alles betekent dat de persoon van de vennoten na de oprichting van de nv of bv functioneel, in de door de wetgever gewilde organisatie van de ontstane rechtspersoon, enigszins op de achtergrond treedt. De nv, en toch ook de bv, kunnen typologisch meer als kapitaalvennootschap dan als personenvennootschap worden gekenschetst. Dit sluit intussen niet uit dat er in de praktijk besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid kunnen voorkomen die evenzeer een door de personen van de aandeelhouders-bestuurders bepaald familiaal karakter kunnen dragen. Ook de bv vertoont echter typologisch de hierboven aangeduide kenmerken. Zie over de verhouding tussen personenvennootschappen en kapitaalvennootschappen: Raaijmakers, Rechtspersonen tussen contract en instituut (oratie Tilburg) 1987; waarover o.a.: Maeijer, NJB 1987, p. 355; en Slagter, TVVS 1987, p. 262. Vgl. over hybride vennootschappen: Zaman & Portengen, TVVS 1995, p. 201 e.v.
Heel anders ligt de situatie bij de maatschap, vof of c.v. Hier zijn de vennoten, behalve de commanditaire vennoot, tegenover derden persoonlijk en soms zelfs hoofdelijk aansprakelijk voor vennootschapsschulden. Behalve geld of goed met geldswaarde kan ook arbeid worden ingebracht. De wetgever benadrukt het persoonlijk karakter van de vennootschappelijke samenwerking. Voor zover niet anders is overeengekomen, is de persoon van de vennoot onvervangbaar en eindigt de vennootschap door de dood van een van de vennoten. De wetgever gaat er voorts van uit dat de vennoten zélf een besturende taak hebben en de vennootschap aan derden kunnen verbinden. Op dit alles wordt later nog uitvoerig teruggekomen. Hier zij slechts geconstateerd dat in de ogen van de wetgever de personen van de vennoten ook na het aangaan van het contract van vennootschappelijke samenwerking op de voorgrond blijven. Het door hen aangegane contract blijft deze samenwerking, te kenschetsen als personenvennootschap, beheersen.