Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.2.2:12.4.2.2 Beschikkingsbevoegdheid
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.4.2.2
12.4.2.2 Beschikkingsbevoegdheid
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS584883:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
763. De beschikkingsbevoegdheid is de bevoegdheid om een goed over te dragen, te bezwaren met een beperkt recht en daarvan afstand te doen. De beschikkingsbevoegdheid ten aanzien van vorderingen omvat mede de bevoegdheid om te schikken, toestemming te verlenen aan inbetalinggeving, betaling aan een inningsonbevoegde te bekrachtigen, de vordering te wijzigen, de schuld te vernieuwen (afstand om baat), de schuld te kwijten (afstand om niet), uitstel van betaling te verlenen, toestemming te verlenen aan betaling in gedeelten en toestemming te verlenen aan schuldoverneming.1 De levering van de vordering en de vestiging van een beperkt recht op de vordering gebeurt met derden: de beoogd verkrijger van de vordering respectievelijk de beoogd pandhouder dan wel beoogd vruchtgebruiker. Aan deze handelingen dient een geldige titel ten grondslag te liggen. De andere beschikkingshandelingen worden verricht jegens de schuldenaar. De beschikkingshandelingen zijn meerzijdige rechtshandelingen, zoals afstand van recht, schuldwijziging en schikking, of eenzijdige rechtshandelingen, zoals toestemming aan inbetalinggeving, uitstel van betaling, betaling in gedeelten en schuldoverneming en bekrachtiging. De handelingen hebben gemeenschappelijk dat zij in beginsel niet dienstig zijn aan de inning van de vordering. Door de beschikkingshandelingen worden in beginsel rechten prijsgegeven: de vordering gaat over naar een ander vermogen, een derde verkrijgt een beperkt recht op de vordering, de schuldenaar verandert (mogelijk van een solvabele in een minder of niet solvabele schuldenaar), de prestatie verandert of wordt pas later voldaan, de betaling komt bij een andere persoon terecht, enzovoorts. Deze handelingen zijn ingrijpend voor de rechtspositie van de schuldeiser en derhalve in de regel niet dienstig aan de inning van de vordering. De handelingen kunnen de inning van de vordering zelfs in gevaar brengen of beëindigen. Een inningsbevoegde derde is om die reden in beginsel niet bevoegd tot het verrichten van deze handelingen, tenzij aan hem deze bevoegdheid uitdrukkelijk is toegekend. De derde is hiertoe in ieder geval niet uit hoofde van zijn inningsbevoegdheid bevoegd.2