NJB 2025/2767
Cassatie in het belang der wet omtrent vordering tot tenuitvoerlegging over de specifiek voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba relevante vraag of een in de proeftijd begaan strafbaar feit ter zake waarvan de veroordeelde niet onherroepelijk is veroordeeld een misdraging kan opleveren in de zin van art. 17h Sr BES die grond kan vormen voor een last tot tenuitvoerlegging. De regeling van art. 17a t/m 17k Sr BES moet zo worden gelezen dat tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf vanwege een nieuw gepleegd strafbaar feit, niet mogelijk is zolang de veroordeling voor dat nieuwe feit niet onherroepelijk is.
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1786
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
25/00082
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1786, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:746, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑07‑2025
- Wetingang
(art. 17a t/m 17k BES)
Essentie
Cassatie in het belang der wet omtrent vordering tot tenuitvoerlegging over de specifiek voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba relevante vraag of een in de proeftijd begaan strafbaar feit ter zake waarvan de veroordeelde niet onherroepelijk is veroordeeld een misdraging kan opleveren in de zin van art. 17h Sr BES die grond kan vormen voor een last tot tenuitvoerlegging. De regeling van art. 17a t/m 17k Sr BES moet zo worden gelezen dat tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf vanwege een nieuw gepleegd strafbaar feit, niet mogelijk is zolang de veroordeling voor dat nieuwe feit niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.