NJB 2022/23
Bewijsregel dat de opgaven van de verdachte alleen te zijnen aanzien voor het bewijs kunnen gelden, art. 341 lid 3 Sv: deze bepaling ziet niet op verklaringen van een medeverdachte wiens strafzaak niet gevoegd met die van de verdachte wordt behandeld.
HR 14-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1883
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 december 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, C. Caminada
- Zaaknummer
20/02033
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1883, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑12‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:1035, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑11‑2021
- Wetingang
(art. 341 Sv)
Essentie
Bewijsregel dat de opgaven van de verdachte alleen te zijnen aanzien voor het bewijs kunnen gelden, art. 341 lid 3 Sv: deze bepaling ziet niet op verklaringen van een medeverdachte wiens strafzaak niet gevoegd met die van de verdachte wordt behandeld.
Uitspraak
Inleiding
Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Dat hield – kort gezegd – in (feit primair) medeplegen van het in brand steken van 9 auto’s met onder meer [betrokkene 1], en (feit subsidiair) medeplichtigheid aan het medeplegen daarvan door onder meer [betrokkene 1]. Het hof heeft daartoe onder meer het volgende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.