Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/10.2:10.2 De laatste deelvraag
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/10.2
10.2 De laatste deelvraag
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS580426:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De beantwoording van de laatste deelvraag is aan de orde: zijn -met de Duitse regeling in het achterhoofd- verbeteringen in Nederland nodig of wenselijk en zo ja welke? Hiervóór heb ik een andere vormgeving van het re-integratierecht wenselijk gevonden, waarin het beginsel van insluiting en het beginsel van subsidiaire verantwoordelijkheid beter een plaats krijgen. Dat kan leiden tot wijzigingen op alle onderdelen van het re-integratierecht. Bovendien heb ik het nodig gevonden om bij de onderdelen loondoorbetalingsverplichting bij ziekte en bij de verzuimvoorschriften te zoeken naar een andere balans, zodat die onderdelen passen bij Common Principle 3 en 8. Dat vloeit voort uit de toepassing van het toetsingskader. Het betekent dat ik in de volgende paragrafen 26 aanbevelingen ga doen om het re-integratierecht aan te passen. Daarbij laat ik Duitse elementen meewegen als die bijdragen aan flexicurity. Den Uijl waarschuwt er voor dat re-integratie in Duitsland plaats vindt via regels, procedures, formele verantwoordelijkheden en medezeggenschap.1 Dit past volgens haar goed in de Duitse cultuur maar is daarom niet eenvoudig te implementeren in Nederland.2 Mijn doel van de vergelijking van Nederland met Duitsland is echter synthese en inspiratie bij juridische vormgeving (§ 1.6.4). Een cultuurverschil hoeft dat niet in de weg te staan. Bij sommige onderdelen geef ik ook alternatieve aanbevelingen. Bij de implementatie van mijn aanbevelingen zal gebruik kunnen worden gemaakt van enige sociaalrechtelijke variabele, methode of techniek van Van der Heijden/Noordam, zoals ik die in § 4.7.5 heb besproken. De uiteindelijke keus voor één juridische techniek doet meestal niets af aan het flexicuritygehalte van de aangepaste maatregel en is uiteraard aan de wetgever.