De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/IV.4.1:IV.4.1 Inleiding
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/IV.4.1
IV.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS380975:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vennootschap waarin de aandelen worden gehouden, neemt in de geschillen-regeling een bijzondere positie in. Zij is ingevolge art. 997a Rv een verplicht te informeren derde. De eisende aandeelhouder stelt de vennootschap met een afschrift van het exploit van de dagvaarding in kennis van het feit dat hij een vordering tot uitstoting, uittreding of de gedwongen overgang van stemrecht aanhangig heeft gemaakt. De procedures worden min of meer 'over het hoofd van de vennootschap' gevoerd. Dit is met name het geval bij uitstoting, waar het gaat om het schaden van het vennootschappelijk belang, terwijl de vennootschap zelf de vordering niet kan instellen. In het wetsvoorstel Flex-BV wijzigt deze bijzondere positie van de vennootschap. Zij verwordt van een verplicht te informeren derde ex art. 997a Rv tot een partij jegens wie de uittredingsvordering kan worden ingesteld.
In deze pararaaf bespreek ik alle facetten van de bijzondere positie van de vennootschap. Eerst komt haar verhouding tot de uitstotingsvordering aan de orde, en vervolgens die tot de uittredingsvordering (§ IV.4.2 resp. § IV.4.3). In § IV4.4 ga ik in op de rol die de vennootschap (toch) spelen mag. Na een vergelijking met de rechtsstelsels die eveneens een geschillenregeling kennen, bespreek ik de gewijzigde rol voor de vennootschap in het wetsvoorstel Flex-BV, met name bij de uittreding (§ IV.4.5).