NJ 1918, p. 60
Regeling van rechtsgebied. Bevoegdheid van den militairen rechter.
HR 24-12-1917, ECLI:NL:HR:1917:125
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 december 1917
- Magistraten
Voorzitter: Mr. A. M. B. Hanlo., Raden: Mrs. S. Gratama, A. J. L. Nijpels, J. A. A. Bosch en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[241917/NJ_1918,_p._60]
- Conclusie
Mr. Tak
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Strafprocesrecht (V)
Bijzonder strafrecht / Militair strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1917:125, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑12‑1917
- Wetingang
(Sv (oud) art. 308; RO art. 88; Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te Lande art. 14.)
Essentie
Regeling van rechtsgebied. Bevoegdheid van den militairen rechter.
Samenvatting
Onbevoegdverklaring zoowel door het Hof te Arnhem (cassatieberoep tegen arrest verworpen) als door het .H. M. G.; hier doet zich voor het geval voorzien in art 308, 2°. Sv.; aanwizigheid van een jurisdictiegeschil, door art. 88, 4e lid R. O. aan den H. R. ter beslissing opgedragen.
In art. 14 C. W. wordt bepaald, dat indien militairen samen met burgers hebben gepleegd of met burgers zijn betrokken in een commun delict en die burgers staan voor dat delict bij den burgerlijken, rechter terecht, de militaire rechter — en dit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.