Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/8.4.1:8.4.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/8.4.1
8.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481161:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mandeligheid is geen beperkt recht. Art. 3:98 ziet derhalve niet op mandeligheid. Hieruit moet volgen dat art. 3:81 – waarin een aantal wijzen van tenietgaan van beperkte rechten wordt opgesomd – niet van toepassing is. Wel kent titel 5.5 een bepaling die betrekking heeft op het einde van contractuele mandeligheid. Deze bepaling, art. 5:61, luidt als volgt:
‘Mandeligheid die is ontstaan ingevolge het vorige artikel, eindigt:
wanneer de gemeenschapeindigt;
wanneer de bestemming van de zaak tot gemeenschappelijk nut van de erven wordt opgeheven bij een tussen de mede-eigenaren opgemaakte notariële akte, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers;
zodra het nut van de zaak voor elk van de erven is geëindigd.
Het feit dat het nut van de zaak voor elk van de erven is geëindigd, kan in de openbare registers worden ingeschreven.’
Ten opzichte van het hiervoor onder 8.3.1 aangehaalde art. 5.5.1a zijn een aantal tekstuele veranderingen aangebracht. In het bijzonder is beoogd door het element ‘alle erven’ te wijzigen in ‘elk van de erven’, te voorkomen dat daarin gelezen zou kunnen worden dat mandeligheid is geëindigd indien het nut niet meer voor alle erven gezamenlijk aanwezig is.1
De eis van een notariële akte als in lid 2 omschreven past in de gewijzigde bepaling omtrent het ontstaan van mandeligheid. Voorts wordt aldus de rechtszekerheid gediend.2 In dit artikel wordt geen limitatieve opsomming van eindigingsgronden gegeven.3
Van toepasselijkheid van art. 6:265 kan geen sprake meer zijn (zie ook de vorige paragraaf).4
Hierna worden de afzonderlijke wijzen van beëindiging besproken. Ook uit art. 5:66 kan het einde van mandeligheid voortvloeien. Dit artikel wordt besproken in hoofdstuk 10.