Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/2.3:2.3 Conclusie
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/2.3
2.3 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS299439:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel dogmatisch de overgang van de precontractuele fase in de contractuele redelijk goed valt af te bakenen, is het onderscheid in de praktijk erg casuïstisch en daardoor lang niet altijd eenduidig. Voor het ontstaan van een rompovereenkomst is in elk geval een voldoende bepaalbaar aanbod vereist dat zich richt tot de onderhandelingspartner en rechtsgevolg beoogt. Niet noodzakelijk is dat daarin het gehele samenstelsel van verbintenissen die partijen over en weer willen doen ontstaan, ook uitputtend vastgelegd is; het aanbod dat aan de rompovereenkomst ten grondslag ligt mag lacunes bevatten, mits deze niet aan de bepaalbaarheid van het aanbod in de weg staan. Dit betekent in elk geval dat het aanbod geen voor de te sluiten overeenkomst (gezien de aard en het onderwerp daarvan) wezenlijke verbintenissen (zonder overeenstemming waarover een overeenkomst niet kan bestaan) onbenoemd laat en dat er evenmin punten ongeregeld zijn gebleven waarvan aan beide partijen kenbaar is dat die, hoewel wellicht niet direct objectief bezien behorend tot voormelde essentialia, voor een van partijen van essentiële betekenis zijn.