NJ 2025/22
Hof heeft ten onrechte geluidsbestanden als bewijsmiddel gebruikt.
HR 17-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1169, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 september 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/01018
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Noot
J.M. Reijntjes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS995186:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1169, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:502, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑08‑2023
- Wetingang
Essentie
Hof heeft ten onrechte geluidsbestanden als bewijsmiddel gebruikt. Geen cassatie nu tevens een proces-verbaal met een beschrijving daarvan voor het bewijs is gebruikt.
Samenvatting
Het hof heeft als bewijs gebruikt een tweetal geluidsbestanden ‘zoals deze zich in het dossier bevinden en door het hof in raadkamer zijn beluisterd’. Daarnaast heeft het hof voor het bewijs ook gebruik gemaakt van een proces-verbaal van bevindingen dat een transcriptie van die geluidsbestanden bevat. Gelet op de inhoud daarvan is de bewezenverklaring ook met weglating van die geluidsbestanden toereikend gemotiveerd. De klacht over het gebruik voor het bewijs van de geluidsbestanden die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.