NJ 1916, p. 563
HR, 14-04-1916
HR 14-04-1916, ECLI:NL:HR:1916:44
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 april 1916
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman., Raden: Mrs. A. J. L. Nijpels, C. Krabbe, B. C. J. Loder en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[14041916/NJ_1916,_p._563]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1916:44, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑04‑1916
- Wetingang
(BW art. 695.)
Samenvatting
Art. 695 B. W. verbiedt alleen het hebben van uitzicht; afbraak van het gebouwde kan alleen gevorderd worden, wanneer zonder die afbraak het verboden uitzicht niet kan worden verhinderd.
De rechter heeft ambtshalve te onderzoeken of het gevorderde door het gestelde wordt gerechtvaardigd.
Partij(en)
A. A. M. van den Biggelaar, grossier, wonende te Roosendaal, eischer tot cassatie van een op 6 Juli 1915 door het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch tusschen partijen gewezen arrest, advocaat Mr. D. van der Goot
tegen:
1°. A. F. Tiebackx, c. s., verweerders in cassatie, advocaat Mr. G. A. van Haeften.
Uitspraak
[p. 563 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.