Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/6.4.1
6.4.1 Werking van een huurbeding
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS624988:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Visser 2013a, p. 369, Gerver 1994a, p. 73, Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012, p. 631, met verwijzing naar Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6) p. 1355. Een ouder huurrecht kan ook een huurrecht zijn dat de verkoper voorafgaand aan de verkoop bij de koper had bedongen en waarvan de leveringsakte melding maakte, zie HR 15 november 1996, NJ 1997, 508, m.nt. Kleijn (Metterwoon Vastgoed/Van Ommen). Maakt de leveringsakte in zo’n geval geen melding van de huur, dan bestaat er een reële kans dat het huurbeding ‘gewoon’ kan worden ingeroepen: HR 7 juni 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0272, NJ 1992/262, m.nt. Kleijn (Gay Association c.s./Engelen).
Voor zover die nieuwe huurovereenkomst een oude vervangt en de voorwaarden niet (wezenlijk) zijn gewijzigd, moet de hypotheekhouder ook deze respecteren. Zie art. 3:264 lid 4 BW.
Art. 3:264 lid 1 BW, zie hierboven.
Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 368. Het huurbeding kan echter niet verplichten tot huurovereenkomsten die strijdig of onverenigbaar zijn met dwingendrechtelijke huurregels, zie art. 3:264 lid 3 en 4 BW. Een dergelijk huurbeding is nietig.
Ten aanzien van sommige huurovereenkomsten met betrekking tot woonruimte geldt zelfs de verplichting het huurbeding in te roepen, zie art. 3:264 lid 4 e.v. BW.
Evenals naar Engels recht moet een hypotheekhouder naar Nederlands recht huurovereenkomsten respecteren die al bestonden op het moment dat het hypotheekrecht werd gevestigd.1 Daaraan verandert een huurbeding niets. De werking van een huurbeding strekt zich slechts uit tot nieuwe huurovereenkomsten, dat wil zeggen huurovereenkomsten die zijn gesloten na het tot stand komen van het huurbeding in de hypotheekakte.2
Met betrekking tot het sluiten van deze jongere huurovereenkomsten door de hypotheekgever kunnen de volgende aspecten in een huurbeding in de hypotheekakte worden geregeld:
de bevoegdheid van de hypotheekgever om het bezwaarde goed buiten toestemming van de hypotheekhouder te verhuren en te verpachten;
de wijze waarop of van de tijd gedurende welke het goed zou kunnen worden verhuurd of verpacht.3
Ook een Nederlandse hypotheekhouder heeft op grond van een huurbeding dus de mogelijkheid om het aangaan van huurovereenkomsten door de hypotheekgever aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Hij kan voorwaarden stellen met betrekking tot de huurprijs en de duur waarvoor de overeenkomst wordt aangegaan. Dit alles kan hij bijvoorbeeld gieten in de vorm van een modelovereenkomst die aan de hypotheekakte wordt gehecht en waarin de voor de hypotheekhouder acceptabele voorwaarden zijn opgenomen.4
Hieruit blijkt dat de werking van een huurbeding naar Nederlands recht niet afwijkt van de manier waarop een hypotheekhouder naar Engels recht met huurders om kan gaan. Onder beide rechtsstelsels heeft een hypotheekhouder de mogelijkheid om via de hypotheekakte het aangaan van nieuwe huurovereenkomsten te reguleren. Huurovereenkomsten die in strijd met de bepalingen in de akte zijn aangegaan, kunnen worden vernietigd en de betreffende huurders worden ontruimd.5 Gaat dit laatste niet vrijwillig, dan is onder beide rechtsstelsels een gang naar de rechter noodzakelijk om de ontruiming af te dwingen.