AB 2012/216
Ar.l 4.1 lid 1 Wro biedt een grondslag voor het toekennen van een ontheffingsbevoegdheid. Ontheffingsbevoegdheid is niet in strijd met het stelsel van de Wro en evenmin een vorm van voorafgaand interbestuurlijk toezicht. Geconcentreerde rechtsbescherming tegen verleende ontheffing en bestemmingsplan.
RvS 06-06-2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW7636, m.nt. F.A.G. Groothuijse en D. Korsse
- Instantie
Raad van State
- Datum
6 juni 2012
- Magistraten
Mrs. P.J.J. van Buuren, N.S.J. Koeman en J. Kramer
- Zaaknummer
201110671/1/R1.
- Noot
F.A.G. Groothuijse en D. Korsse
- LJN
BW7636
- JCDI
JCDI:ADS911724:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2012:BW7636, Uitspraak, Raad van State, 06‑06‑2012
- Wetingang
Awb art. 10:32, 10:26, 10:27; Wro art. 4.1 lid 1; Gemeentewet art. 160 lid 1 onder b
Essentie
Art. 4.1 lid 1 Wro biedt een grondslag voor het toekennen van een ontheffingsbevoegdheid. Ontheffingsbevoegdheid is niet in strijd met het stelsel van de Wro en evenmin een vorm van voorafgaand interbestuurlijk toezicht. Geconcentreerde rechtsbescherming tegen verleende ontheffing en bestemmingsplan.
Samenvatting
Een provinciale ontheffing als hier aan de orde is een op het ontwerpbestemmingsplan betrekking hebbend stuk dat redelijkerwijs nodig is voor een beoordeling daarvan, zodat een dergelijke ontheffing in beginsel met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Uit de Wro noch enige andere wettelijke bepaling volgt echter dat de raad gehouden was de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.