Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg
Einde inhoudsopgave
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/8.4.1:8.4.1 Algemene opmerkingen
Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (MSR nr. 74) 2019/8.4.1
8.4.1 Algemene opmerkingen
Documentgegevens:
Mr. N. Jansen, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. N. Jansen
- JCDI
JCDI:ADS393484:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
C.W.G. Rayer & M. van Leeuwen-Scheltema, ‘De cao en de gedelegeerde rol van de ondernemingsraad’, in A.Ph.C.M. Jaspers & M.F. Baltussen, De toekomst van het cao-recht, Deventer: Kluwer 2011, p. 19-39.
N. Jansen & I. Zaal, ‘De ondernemingsraad en arbeidsvoorwaardenvorming: decentraliseren kun je leren’, TAO 2017, afl. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door in cao’s bepaalde onderwerpen over te dragen aan de regelingsmacht van de ondernemingsraad kan meer ruimte voor maatwerk worden geboden, met als gevolg dat het het draagvlak van cao-afspraken kan worden versterkt. Rayer en Van Leeuwen-Scheltema wezen (ook) op dit voordeel van samenwerking tussen vakbond en ondernemingsraad, maar zij signaleerden ook bedreigingen die bespreking waard zijn.1 In de eerste plaats kan delegatie aan ondernemingsraden het zogenoemde freeriden versterken en de organisatiegraad verder doen afnemen. Werknemers die geen lid zijn profiteren van het werk van vakbonden en door overdracht van bevoegdheden aan de ondernemingsraad kunnen zij – via ondernemingsraadverkiezingen en achterbanoverleg – zelfs invloed uitoefenen op de inhoud van de arbeidsvoorwaarden zonder dat daarvoor een bijdrage (in de vorm van contributie) tegenover staat. Daarnaast achten zij denkbaar dat vakbonden in het cao-overleg onder druk worden gezet zoveel mogelijk onderwerpen over te laten aan de ondernemingsraad, waardoor vakbonden als werknemersvertegenwoordiger met de meeste countervailing power aan terrein verliezen. Volgens Rayer en Van Leeuwen-Scheltema zijn lang niet alle ondernemingsraden voldoende toegerust om met voldoende onafhankelijkheid en deskundigheid te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en ook de representativiteit van ondernemingsraden is niet altijd in orde (zie hierover paragraaf 8.3.2). Een tweede door Rayer en Van Leeuwen-Scheltema gesignaleerde bedreiging schuilt hierin dat voor werknemers minder goede arbeidsvoorwaarden worden bereikt.
Ik denk dat het wel meevalt met de bedreigingen. In de eerste plaats is het niet mijn verwachting dat werknemers zullen afzien van het lidmaatschap van een vakbond als zij via de ondernemingsraad iets te zeggen zullen krijgen over de inhoud van de arbeidsvoorwaarden. Uit onderzoek naar decentralisatiebepalingen in cao’s volgt dat ondernemingsraden toch met name ten aanzien van secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden inspraak hebben en dat de inspraak op primaire arbeidsvoorwaarden erg beperkt is.2 Die onderwerpen regelen vakbonden toch veelal zelf. Daarbij komt dat werknemers ook juist het nut van lidmaatschap van een vakbond kunnen gaan inzien doordat zij in de onderneming meer betrokken worden bij de arbeidsvoorwaardenvorming. Door het lidmaatschap van een vakbond kunnen zij ook daadwerkelijk iets te zeggen krijgen over de aard en omvang van de bevoegdheidsoverdracht aan de ondernemingsraad. Uit het hiervoor besproken empirisch onderzoek blijkt voorts dat vakbonden zich niet gemakkelijk onder druk laten zetten door werkgevers om veel of belangrijke onderwerpen over te dragen aan het overleg met de ondernemingsraad. Het zijn toch veelal onderwerpen die liggen op het terrein van het instemmingsrecht die aan het decentraal overleg worden overgelaten en dat is in lijn met de opvatting van de minister dat vakbonden steeds goed moeten afwegen welke onderwerpen beter aan het overleg op ondernemingsniveau overgelaten kunnen worden.3 Dat is vooral aan de orde bij onderwerpen die het dagelijkse interne beleid van de onderneming betreffen. Daarbij komt dat ongeclausuleerde decentralisatiebepalingen in cao’s eigenlijk niet voorkomen. Vakbonden houden vaak een stevige regie.
Wanneer een cao aan het decentrale overleg (dat wil in dit verband zeggen ondernemer en ondernemingsraad) de bevoegdheid verleent een van de cao afwijkende regeling te treffen of ruimte laat voor een nadere regeling op ondernemingsniveau, bestaat juridische onduidelijkheid over de binding van individuele werknemers aan zo’n nadere decentrale regeling. Die onduidelijk kan meebrengen dat de samenwerking tussen vakbonden en ondernemingsraden in de praktijk niet van de grond komt.