Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.3.2.7:3.2.7 Het Benthemarrest en de Tijdelijke wet Kroongeschillen
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.3.2.7
3.2.7 Het Benthemarrest en de Tijdelijke wet Kroongeschillen
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS578365:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 6 februari 1987, NJ 1988, 926 en HR 11 juni 1993, NJ 1996, 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Benthemarrest leidde het einde van het Kroonberoep in. In deze zaak was aan garagehouder Benthem in hoogste instantie door de Kroon een Hinderwetvergunning voor een LPG-installatie voor motorvoertuigen geweigerd. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde dat Benthem door de weigering in zijn burgerlijke rechten als bedoeld in artikel 6 EVRM was geraakt en dat het Kroonberoep als eindberoep geen beroep was op een onpartijdige en onafhankelijke rechter zoals het artikel eist. Naar aanleiding van dit arrest kon de burger na Kroonberoep alsnog het inhoudelijke oordeel van de gewone rechter inroepen.1 De Tijdelijke wet Kroongeschillen van juni 1987 riep een onafhankelijke Afdeling geschillen in het leven, die voor vijf jaar (later verlengd tot zes jaar) werd belast met de beslechting van de aan de Kroon opgedragen geschillen. Zo werd de Benthemproblemantiek tijdelijk ondervangen in afwachting van meer permanente oplossingen.