Deze conclusies in de zaken 24/0447, 24/04655 en 25/00845 zijn op rechtspraak.nl gepubliceerd als ECLI:NL:PHR:2025:963, ECLI:NL:PHR:2025:964 en ECLI:NL:PHR:2025:965.
HR, 17-03-2026, nr. 25/02383
ECLI:NL:HR:2026:350
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17-03-2026
- Zaaknummer
25/02383
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2026:350, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2026; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:32
ECLI:NL:PHR:2026:32, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑01‑2026
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:350
- Vindplaatsen
Uitspraak 17‑03‑2026
Inhoudsindicatie
Kilometerblokker. OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto, die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed, onder ander dan klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen. Kon Rb beklag gegrond verklaren op de grond dat vordering tot onttrekking aan het verkeer van OvJ moet worden afgewezen omdat auto niet van zodanige aard is dat ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met wet of algemeen belang? Middel slaagt omdat HR in samenhangende zaak HR:2026:349 heeft geoordeeld dat oordeel Rb dat ongecontroleerd bezit van betreffende auto niet in strijd is met algemeen belang, ontoereikend is gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders. Samenhang met 24/04477 B, 24/04655 B, 24/00845 B en 25/02382 B.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/02383 B
Datum 17 maart 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 30 mei 2025, nummer RK 24/030345, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de gegrondverklaring van het klaagschrift door de rechtbank.
2.2
De rechtbank heeft het klaagschrift, dat strekt tot teruggave aan de klager van een inbeslaggenomen personenauto, gegrond verklaard en de teruggave van die auto aan de klager gelast. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen:
“De officier van justitie heeft meegedeeld dat klager niet zal worden vervolgd voor het aanwezig hebben van de kilometerblocker in zijn auto. Ter beoordeling ligt slechts voor of het beslag moet voortduren in verband met de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van de auto. In een separate beslissing komt de raadkamer tot het oordeel dat die vordering tot onttrekking moet worden afgewezen, omdat de auto niet van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Er bestaat dan ook geen belang meer bij voortduring van het beslag.”
2.3
In de met deze zaak samenhangende zaak 25/02382 B (ECLI:NL:HR:2026:349) heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld dat het oordeel van de rechtbank dat het ongecontroleerde bezit van de betreffende auto niet in strijd is met het algemeen belang, ontoereikend is gemotiveerd. Daarom slaagt het cassatiemiddel.
3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2026.
Conclusie 06‑01‑2026
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. OM-cassatie. Beschikking op klaagschrift ex art. 552a Sv strekkende tot teruggave van auto met kilometer-blocker. Vervolg op eerdere CAG's van 9 september 2025. 1. Nu afwijzing vordering tot onttrekking aan het verkeer van auto in stand kan blijven, is oordeel rb dat geen belang bestaat bij voortduring beslag, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. 2. Voorwaarde verbonden aan teruggave auto? Oordeel rb komt er volgens AG op neer dat kapotte snelheidsmeter weliswaar gevaar oplevert voor verkeersveiligheid, maar geen zodanig gevaar dat bezit auto in strijd is met algemeen belang. Klacht dat rb voorwaarde aan teruggave heeft verbonden, mist daarom feitelijke grondslag. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 25/02382.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 25/02383 B
Zitting 6 januari 2026
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de klager.
1. Het cassatieberoep
1.1
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft bij beschikking van 30 mei 2025 het klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave van een Volkswagen Polo gegrond verklaard en gelast dat die auto wordt teruggegeven aan de klager.
1.2
In de samenhangende zaak 25/02382, waarin ik vandaag ook concludeer, heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie als bedoeld in art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van een in beslag genomen Volkswagen Polo afgewezen.
1.3
Daarnaast bestaat er thematische samenhang met de zaken 24/04477, 24/04655 en 25/00845, waarin ik al eerder op 9 september 2025 een conclusie heb genomen.
1.4
Het cassatieberoep is namens het openbaar ministerie ingesteld. H.H.J. Knol, advocaat-generaal bij de cassatiedesk van het openbaar ministerie, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
2. De aanleiding voor deze conclusie
2.1
Op 9 september 2025 heb ik conclusie genomen in drie zaken over auto’s die waren voorzien van een kilometer-blocker en waarin door het openbaar ministerie de onttrekking aan het verkeer van die auto’s was gevorderd.1.Een kilometer-blocker is een elektronisch apparaat dat wordt aangesloten op de elektronische systemen van een auto, waarmee de werking van de kilometerteller van de auto wordt beïnvloed, zodat de op het dashboard weergegeven kilometerstand niet overeenkomt met het door de auto werkelijk gereden aantal kilometers. Het aanbrengen van een kilometer-blocker in een auto is in Nederland strafbaar gesteld in art. 70m WVW 1994. Volgens art. 3 lid 2 Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig bovendien verboden om dat voertuig te (laten) rijden indien in dat voertuig een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de teller van een motorrijtuig stil te zetten of te manipuleren.
2.2
Omdat er meer zaken (in cassatie) aanhangig zijn over dezelfde thematiek en het openbaar ministerie in afwachting is van een uitspraak van de Hoge Raad met het oog op het formuleren van landelijk beleid ten aanzien van voertuigen met kilometer-blockers, heb ik in die drie zaken uitgebreid en in algemene zin stilgestaan bij de vraag of auto’s waarin zich een kilometer-blocker bevindt (of heeft bevonden) vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer grond van art. 36c Sr.
2.3
Bij de bespreking van die vraag heb ik ook gebruik gemaakt van de in de onderhavige zaak bestreden beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland van 30 mei 2025 die toen al op rechtspraak.nl waren gepubliceerd.2.Anders dan de beschikkingen in de drie zaken waarin ik op 9 september 2025 heb geconcludeerd, zijn deze beschikkingen gebaseerd op een door de rechtbank Midden-Nederland bevolen deskundigenonderzoek dat een goed inzicht geeft in de relevante technische en feitelijke context die voor de beoordeling van de vraag of auto’s met kilometer-blockers kunnen worden onttrokken aan het verkeer van belang is.
2.4
Toen ik op 9 september 2025 de hiervoor genoemde conclusies nam, was er tegen de bovengemelde beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland wel al cassatieberoep ingesteld door het openbaar ministerie, maar waren er nog geen schrifturen ingediend. Aan het openbaar ministerie is verzocht met de nodige voortvarendheid schrifturen in te dienen zodat deze zaken in samenhang met de overige drie zaken waarin ik reeds heb geconcludeerd, door de Hoge Raad kunnen worden beoordeeld. Deze schrifturen zijn op 23 oktober 2025 ingediend.
3. De beschikking van de rechtbank
3.1
De rechtbank heeft het door de klager ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave van de in beslag genomen auto als volgt beoordeeld:
“Ontvankelijkheid
De raadsman van klager heeft ter terechtzitting van 9 mei 2025 in het bijzijn van klager meegedeeld dat klager afstand doet van de kilometerblocker. Daarmee staat voldoende vast dat klager zijn aanspraken met betrekking tot de kilometerblocker ondubbelzinnig heeft willen prijsgeven. Klager kan gelet hierop niet langer worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 552a. eerste lid, Sv en zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag voor zover dat ziet op de kilometerblocker.
Voor zover het klaagschrift ziet op de auto is het ontvankelijk. Uit de processen-verbaal in het procesdossier blijkt namelijk dat de auto aan een Wegenverkeerwetcontrole is onderworpen en vervolgens in beslag is genomen binnen het rechtsgebied van deze rechtbank.
Inhoudelijke beoordeling
Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is of het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van in beslag genomen voorwerp. Het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv draagt een summier karakter. Wel geldt dat moet worden beslist op grond van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval op het moment van het beoordelen van het beklag.
De officier van justitie heeft meegedeeld dat klager niet zal worden vervolgd voor het aanwezig hebben van de kilometerblocker in zijn auto. Ter beoordeling ligt slechts voor of het beslag moet voortduren in verband met de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van de auto. In een separate beslissing komt de raadkamer tot het oordeel dat die vordering tot onttrekking moet worden afgewezen, omdat de auto niet van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Er bestaat dan ook geen belang meer bij voortduring van het beslag.
De raadkamer merkt nog op dat uit het procesdossier volgt dat de auto niet beschikt over een werkende snelheidsmeter en dat dit een gevaar voor de verkeersveiligheid kan opleveren. Vanwege een niet naar behoren functionerende snelheidsmeter kan de auto echter, voordat die wordt teruggegeven aan beslagene, worden voorzien van een WOK( W acht Op Keuren)- melding. De auto mag dan niet op de openbare weg rijden, totdat de snelheidsmeter is gerepareerd en de reparatie is goedgekeurd op een RDW-keuringsstation.
De slotsom van het voorgaande is dat het beklag met betrekking tot de auto gegrond wordt
verklaard. De raadkamer zal gelasten dat de auto aan klager wordt teruggegeven.”
4. Het eerste middel
4.1
Het middel klaagt over de gegrondverklaring van het klaagschrift en bevat de klacht dat het oordeel van de rechtbank dat de auto niet van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang en dat daarom ook geen belang meer bestaat bij voortduring van het beslag, niet zonder meer begrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd is.
4.2
Nu de afwijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer naar mijn oordeel in stand kan blijven, faalt het middel. Voor de redenen die aan dat oordeel ten grondslag liggen, verwijs ik naar mijn conclusie in de samenhangende zaak 25/02382.
5. Het tweede middel
5.1
Het middel bevat de klacht dat de rechtbank aan de beslissing tot teruggave van de auto ten onrechte de voorwaarde heeft verbonden dat de auto wordt voorzien van een WOK (Wacht Op Keuren)-melding.
5.2
De klacht richt zich tegen de navolgende overweging: :
“De raadkamer merkt nog op dat int het procesdossier volgt dat de auto niet beschikt over een werkende snelheidsmeter en dat dit een gevaar voor de verkeersveiligheid kan opleveren. Vanwege een niet naar behoren functionerende snelheidsmeter kan de auto echter, voordat die wordt teruggegeven aan beslagene, worden voorzien van een WOK(Wacht Op Keuren)-melding. De auto mag dan niet op de openbare weg rijden, totdat de snelheidsmeter is gerepareerd en de reparatie is goedgekeurd op een RDW-keuringsstation.”
5.3
Het dictum van de beschikking houdt – voor zover van belang – het volgende in:
“De raadkamer:
[…]
- verklaart het beklag gegrond met betrekking tot de zwarte Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 1] en met goednummer PL0O900-2024379255-3444433;
- gelast de teruggave aan klager van de zwarte Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 1] , met goednummer PL0O900-2024379255-3444433.”
5.4
De rechtbank heeft in de beschikking op de vordering tot onttrekking aan het verkeer (zie de samenhangende zaak 23/023082) het volgende overwogen:
“Uit het procesdossier volgt dat de auto niet beschikte over een werkende snelheidsmeter. Dit kan weliswaar een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren, maar levert niettemin geen grond op voor onttrekking aan het verkeer. Hiervoor ligt een andere, minder ingrijpende oplossing voor de hand. Vanwege een niet naar behoren functionerende snelheidsmeter kan de auto worden voorzien van een WOK(wacht op keuren)-melding. De auto mag dan niet op de openbare weg rijden, totdat de snelheidsmeter is gerepareerd en de reparatie is goedgekeurd op een RDW-keuringsstation. Gelet op deze mogelijkheid kan niet worden geoordeeld dat het bezit van de auto wegens een kapotte snelheidsmeter in strijd is met het algemeen belang.”
5.5
De steller van het middel meent dat de hiervoor onder 5.2 geciteerde overweging van de rechtbank niet anders kan worden verstaan dan dat de rechtbank de feitelijke teruggave van de auto afhankelijk heeft gesteld van de voorwaarde dat de auto van een WOK-melding wordt voorzien.
5.6
Gelet op de hiervoor onder 5.4 geciteerde overweging in de samenhangende zaak en op het dictum van de beschikking, lees ik het oordeel van de rechtbank echter anders. Naar het mij voorkomt heeft de rechtbank geoordeeld dat het niet beschikken over een werkende snelheidsmeter weliswaar een gevaar voor de verkeersveiligheid op kan leveren, maar dat er – in het licht van het door de rechtbank genoemde, minder ingrijpende alternatief van de WOK-melding – niet gezegd kan worden dat die inbreuk op de verkeersveiligheid van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd is met het in art. 36c Sr genoemde algemeen belang. Ik neem daarbij in aanmerking dat het door de rechtbank geopperde alternatief, anders dan in bijvoorbeeld in HR 18 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:471, niet als voorwaarde in het dictum is opgenomen. De klacht dat de rechtbank ten onrechte een voorwaarde heeft verbonden aan de teruggave van de auto, mist daarom feitelijke grondslag.
5.7
Het middel faalt.
6. Slotsom
6.1
Beide middelen falen.
6.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
6.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 06‑01‑2026
De beschikking op de vordering tot onttrekking aan het verkeer als bedoeld in art. 552f Sv is gepubliceerd als ECLI:NL:RBMNE:2025:2645 en de beschikking op het klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv is gepubliceerd als ECLI:NL:RBMNE:2025:2646.