Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.5.3.2
2.5.3.2 ‘Mere personal’ powers en ‘mere fiduciary’ powers
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717348:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
J.A. McGhee, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 259-260; G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 24-35; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 406-407; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nrs. 45 en 46; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-019.
D. Waters, ‘The power in a trust instrument to add and delete beneficiaries’, Estates, Trusts & Pensions Journal 2012/31, p. 180-181; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 69; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 60; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 47-49.
G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 69; J.A. McGhee, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 259; G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 24-35; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 406-407; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-020; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 158. Zie ook: J. Edelman, ‘When do fiduciary duties arise?’, Law Quarterly Review 2010/126.
Hetgeen onder ‘van tijd tot tijd’ wordt verstaan, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder onder andere rekening moet worden gehouden met het type trust dat in het leven is geroepen en hetgeen is opgenomen in het trustdocument. Men denke bij de relevante omstandigheden bijvoorbeeld aan de identificatie van degenen ten behoeve van wie de power kan worden uitgeoefend, de situaties van individuele personen die in aanmerking kunnen komen en de beantwoording van de vraag of de uitoefening van de power ten behoeve van een bepaalde persoon jegens de overige personen passend is. Zie hiervoor: Re Hay’s Settlement Trusts [1982] 1 WLR 202; G.Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 429-430. Zie ook: C. McKenzie, ‘Having and eating the cake: a global survey of settlor reserved power trusts: Part 1’, Private Client Business 2007/5, p. 336 e.v.; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 29-041 e.v. en nr. 29-095; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 414.
P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 639-640; G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 24-35; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 406-407; D. Waters, ‘The power in a trust instrument to add and delete beneficiaries’, Estates, Trusts & Pensions Journal 2012/31, p. 180; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 69 en 429-430; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 60; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 49.
Een power of revocation is op zichzelf geen fiduciary power. Deze power kan echter wel aan de toestemming van een persoon in een fiduciaire functie worden onderworpen. Zie hiervoor: L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 33-098.
Een ‘mere personal’ power, ook wel aangeduid als een ‘non-fuduciary’ power of een ‘bare’ power, kenmerkt zich door het feit dat de bevoegdheid die gecreëerd is, verleend wordt aan een derde die de power uitsluitend in diens persoonlijke hoedanigheid kan uitoefenen.1 Dit impliceert voorts, dat de uitoefening van de desbetreffende power volledig aan de discretie van de verkrijger wordt overgelaten.2 Dientengevolge hoeft hij geen enkele verantwoording af te leggen over zijn keuzemogelijkheid. Met andere woorden, het staat de verkrijger van een ‘mere’ power geheel vrij om te bepalen of hij al dan niet de desbetreffende power uitoefent.
Als ‘mere fiduciary’ powers worden aangemerkt alle verleende bevoegdheden die zijn verkregen door personen in de hoedanigheid van hun fiduciaire functie.3 Zowel in de gevallen waarin een ‘mere personal’ power als in gevallen waarin een ‘mere fiduciary’ power is verleend, heeft de verkrijger de beslissingsvrijheid om te bepalen of hij al dan niet overgaat tot de uitoefening van de desbetreffende power. Het verschil tussen een ‘mere personal’ en een ‘mere fiduciary’ power is gelegen in het feit dat – anders dan bij een ‘mere personal’ power – de persoon aan wie een ‘mere fiduciary’ power is verleend, uit hoofde van zijn fiduciaire functie van tijd tot tijd – en met inachtneming van alle relevante omstandigheden die van belang zijn bij de uitoefening van de power4 – dient te overwegen of hij al dan niet gebruik wil maken van zijn bevoegdheid.5 De verkrijger van een ‘mere fiduciary’ power heeft aldus wel discretie, doch deze wordt in enige mate begrensd door de eerdergenoemde overweging die van tijd tot tijd dient plaats te vinden. In het trustrecht worden alle ‘mere’ powers die aan trustees, dan wel aan protectors, qualitate qua zijn verleend, als ‘mere fiduciary’ powers aangemerkt.
Voor wat betreft de ‘administrative’ en de ‘dispositive’ powers, kunnen beide soorten powers in beginsel zowel een persoonlijk als een fiduciair karakter hebben.6
De uiteengezette powers in het Anglo-Amerikaanse trustrecht kunnen schematisch als volgt worden verduidelijkt: