Einde inhoudsopgave
Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV
Bijlage C Beperkingen en voorschriften
Geldend
Geldend vanaf 13-05-2024
- Bronpublicatie:
23-04-2024, Stcrt. 2024, 15873 (uitgifte: 13-05-2024, regelingnummer: JBZ 24.0016662)
- Inwerkingtreding
13-05-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-04-2024, Stcrt. 2024, 15873 (uitgifte: 13-05-2024, regelingnummer: JBZ 24.0016662)
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Voertuigeisen
als bedoeld in artikel 15.
1. Beperkingen LZV
Artikel A. LZV aantekening, draaipunten en afmeting
- 1.
Elk voertuig in een LZV moet zijn voorzien van een LZV aantekening op het kentekenbewijs dan wel een LZV aantekening in het kentekenregister dan wel, indien het een buitenlands voertuig betreft, een LZV attest;
- 2.
Een LZV heeft ten hoogste 2 draaipunten;
- 3.
Een LZV heeft een totale lengte van ten hoogste 25.25 m. met inbegrip van de lading en met inachtneming[lees: inachtneming van]artikel 5.1a.1 van de Regeling voertuigen.
- 4.
De laadlengte van het samenstel van de LZV moet tenminste 18 meter en ten hoogste 21,82 m bedragen, of een vergelijkbare laadlengte indien de voertuigen zijn ingericht voor het vervoer van afneembare laadstructuren.
- 5.
Indien in het samenstel van de LZV het trekkend voertuig is voorzien van een verlengde cabine zoals bedoeld in artikel 1.1 Regeling voertuigen hoeft voor de bepaling van de totale lengte van de LZV de lengte van de verlengde cabine niet meegenomen te worden tot een maximum van 50 cm.
Artikel B. Combinatieverbod
Een ontheffing LZV mag niet worden gebruikt in combinatie met een ontheffing voor exceptioneel transport.
Artikel C. LZV ontheffing en vervoer ondeelbare lading
Bij gebruik van een ontheffing LZV is het vervoer van ondeelbare lading op de wijze als bedoeld in de artikelen 5.18.13 en 5.18.14 van de Regeling voertuigen niet toegestaan.
Artikel D. Verbod uitrusting en vervoer vloeibare lading
Een LZV uitgerust of beladen met één of meer tanks of tankcontainers met een volume van meer dan 1.000 liter mag geen vloeibare stof bevatten.
Artikel E. Verbod vervoer gevaarlijke stoffen
Een LZV mag geen gevaarlijke stoffen vervoeren in hoeveelheden groter dan bedoeld in Randnummer series 1.1.3 van het ADR.
Artikel F. Verbod vervoer vee
Een LZV mag geen éénhoevige dieren, runderen, varkens, schapen en geiten vervoeren.
Artikel 2. Algemene voorschriften
A. Voertuigdocumenten
1
De voor het voertuig of de voertuigen ten behoeve van LZV afgegeven en voor de ontheffing LZV vereiste voertuigdocumenten moeten bij gebruik van de ontheffing LZV aanwezig zijn.
Van deze documenten moet een origineel, geldig en door de Dienst Wegverkeer gewaarmerkt exemplaar bij de ontheffing LZV getoond kunnen worden.
2
In afwijking van het eerste lid mag de actuele geldende digitale wegenkaart LZV aanwezig zijn op een elektronische gegevensdrager.
3
Voor gebruik van de ontheffing dient de actuele digitale wegenkaart LZV aanwezig te zijn.
Artikel B. Certificaat bestuurder LZV
De bestuurder van de LZV moet in het bezit zijn van:
- 1.
een door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen afgegeven en geldig CCV-certificaat ‘Rijvaardigheidstoets langere en/of zwaardere voertuigen’ Met deze beroepseis worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat naar het oordeel van het CBR ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale beroepseisen wordt nagestreefd.
- 2.
Het certificaat, bedoeld in het eerste lid, moet bij het gebruik van de ontheffing aanwezig zijn op het voertuig.
- 3.
Het eerste lid geldt niet bij gebruik van een opleidingsontheffing LZV, mits:
- a.
de LZV chauffeur in opleiding ten minste 5 jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C en E;
- b.
aan de LZV chauffeur in opleiding de afgelopen 3 jaar geen ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd en het aan hem afgegeven rijbewijs niet ongeldig is verklaard of ingevorderd, en
- c.
er door middel van een op het voertuig aanwezige schriftelijke en gepersonifieerde oproep kan worden aangetoond dat de LZV chauffeur in opleiding onder toezicht van een bevoegde opleider op de datum van controle en in het bezit van een geldige opleidingsontheffing, een opleiding onder toezicht van een bevoegde opleider uitvoert ter voorbereiding op het certificaat of een examen voor het certificaat genoemd in het eerste lid.
Artikel C
Van de ontheffing LZV mag geen gebruik worden gemaakt bij gladheid van het wegdek en mist waarvoor code oranje of rood van kracht is.
Indien zich dergelijke omstandigheden voordoen moet zo spoedig mogelijk het gebruik van de ontheffing LZV worden beëindigd.
Artikel D. Plaats op de rijbaan
Voor een LZV geldt een inhaalverbod van alle motorvoertuigen die sneller mogen rijden dan 45 km per uur.
Artikel E. Afmetingen en massa samenstellen van voertuigen uit LZV
1
Elk uit een LZV te vormen samenstel van voertuigen moet voldoen aan de gebruikseisen van hoofdstuk 5 afdeling 18 van de Regeling voertuigen.
2
Elk afzonderlijk voertuig moet voldoen aan hoofdstuk 5 afdeling 3 van de Regeling voertuigen voor bedrijfswagens respectievelijk afdeling 12 voor getrokken voertuigen.
3
Het trekkende motorvoertuig dient zodanig te zijn belast, dat tenminste 1/5 deel van de totale massa van de LZV onder de aangedreven as(sen) rust met als maximum, de maximale toegestane aslast(en), zoals vermeld op het kentekenbewijs dan wel in het kentekenregister.
4
Een samenstel van twee aanhangwagens die is gekoppeld op een manier waardoor horizontale verdraaiing ten opzichte van elkaar onmogelijk is, vormt voor het gebruik één aanhangwagen zoals bedoeld in artikel 5.18.1, zesde lid, onder d van de Regeling voertuigen.
5
indien een LZV is uitgerust met een elektronische stabiliteitsfunctie als bedoeld in artikel 2.34 van VN/ECE-reglement Nr. 13 moet bij inwerkingtreding van dit systeem automatisch het remsysteem van de aangekoppelde aanhangwagen(s) activeren.
Artikel F
Het trekkend motorrijtuig van een LZV moet zijn voorzien van:
- 1.
zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.3.48, vijfde lid, van de Regeling voertuigen, waarbij als aanvullende eis geldt dat het oppervlak moet bestaan uit een doorlopend gesloten oppervlak;
- 2.
opvallende markering als bedoeld in en geïnstalleerd volgens VN/ECE-reglement Nr. 48.04 en waarvan het toegepaste materiaal voldoet aan ECE-Reglement Nr. 104 klasse C, waarbij als aanvullende eis geldt dat op trekkers van opleggers opvallende markering moet zijn aangebracht.
Artikel G. Getrokken voertuig LZV
Het getrokken voertuig van een LZV moet zijn voorzien van:
- 1.
zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.12.48, vijfde lid, van de Regeling voertuigen, met uitzondering een voertuig van de voertuigcategorie O -niet zijnde oplegger- dat van een koppelingsschotel is voorzien om een oplegger te dragen, als aanvullende eis geldt dat het oppervlak moet bestaan uit een doorlopend gesloten oppervlak, en waarbij
- 1°
voertuigen die uitgeschoven kunnen worden in uitgeschoven toestand tot de wettelijke maximale lengte moeten zijn voorzien van zijdelingse afscherming;
- 2°
bij een middenasaanhangwagen de zijdelingse afscherming moet zijn aangebracht in de ruimte tussen de voorste punt van de opbouw en de eerste as;
- 2.
opvallende markering als bedoeld in en geïnstalleerd volgens VN/ECE-reglement Nr. 48.04 en waarvan het toegepaste materiaal voldoet aan ECE-Reglement Nr. 104 klasse C 1.).
Artikel H. Draaicirkel LZV
Een LZV moet naar beide zijden een volledige cirkel kunnen beschrijven binnen een ruimte die wordt begrensd door twee concentrische cirkels, waarvan de buitenste een straal van 14,50 m en de binnenste een straal van 6,50 m heeft, zonder dat één van de buitenpunten van de voertuigen buiten de omtrek van de cirkels komt.
Artikel I
1
Het achterste voertuig van een LZV moet zijn voorzien van een deugdelijk bevestigde horizontaal geplaatste markering volgens een model als hieronder:
a

b

c

2
Het markeringsbord, in het eerste lid, onder a :
- a.
heeft een afmeting van 1130 mm × 200 mm (+/-5 mm),
- b.
heeft zwarte letters met de volgende tekst ‘LET OP! EXTRA LANG’ vermeld in het lettertype Helvetica neue – black condensed is, en met een letterhoogte van 80 mm en tekstbreedte van 925 mm.
3
De markeringsborden in het eerste lid, onder b:
- a.
hebben ieder een afmeting van 565 mm × 200 mm (+/-5 mm)
- b.
vermelden de tekst ‘LET OP!’ op de linker helft respectievelijk de tekst ‘EXTRA LANG’ op de rechterhelft;
- c.
heeft zwarte letters in het lettertype Helvetica neue – black condensed, met een letterhoogte van 80 mm en tekstbreedte van 320 mm op het linkerbord en 450 mm op het rechterbord.
4
De markeringsborden in het eerste lid, onder c:
- a.
hebben ieder een afmeting van 565 mm × 200 mm (+/-5 mm);
- b.
vermelden in het pictogram de tekst 'EXTRA LONG';
- c.
heeft letters in het lettertype lettertype Helvetica neue.
5
De markering bedoeld in het eerste lid moet uitgevoerd met een geel retro reflecterend vlak van minimaal klasse 2 als bedoeld in VN ECE-reglement nr. 70 met een rode fluorescerende rand van 40 mm(+/- 1 mm).
Artikel J. Aanwezigheid aslastmeter op LZV
De optredende statische aslasten van een LZV moeten met uitzondering van de vooras van het trekkend motorrijtuig met een afleesnauwkeurigheid van 100 kg kunnen worden weergegeven. Daarbij dient gebruik te worden gemaakt van de optredende druk in de veerbalgen van elke as.
Artikel K
In een LZV mag de gezamenlijke som van de aslasten van twee achter elkaar gekoppelde middenasaanhangwagens niet meer bedragen dan 1,5 maal de som van de aslasten van het trekkend motorrijtuig.
Artikel L
In een LZV mag de som van de aslasten van een middenasaanhangwagen voortbewogen door een andere aanhangwagen niet meer bedragen dan de som van de aslasten van de trekkende aanhangwagen.
Artikel M
De totale massa van een LZV mag niet meer bedragen dan bedoeld in artikel 5.18.17b, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling voertuigen, tenzij het trekkende motorvoertuig is voorzien van een liftas of hefbare as, welke ten minste is voorzien van een hulpwegrij-inrichting zoals bedoeld in bijlage IV, punt 3. van Verordening (EU) Nr. 1230/2012.
Voetnoten
VN ECE-reglement Nr. 104 als bedoeld bij voetnoot.