Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/4.1:4.1 Inleiding
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS348494:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook: Westenbroek 2016c.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beschouwt men de in het vorige hoofdstuk uitvoerig behandelde wetsgeschiedenis van art. 2:138/248 BW, welke bepalend is voor een goed begrip van de in art. 2:9 BW vastgelegde gedragsnorm en daarmee samenhangende toetsingsregels, dan is de conclusie dat de ernstigverwijtmaatstaf daarin niet voorkomt. Daarmee is echter nog niet gezegd dat de ernstigverwijtmaatstaf geen zinvolle verduidelijking en/of verfijning kan zijn van art. 2:9 BW (oud) en van de daarin vervatte gedragsnorm en toetsingsregels. Teneinde de vraag te beantwoorden of dat het geval is, dient eerst in te worden gegaan op de oorsprong van de term ‘ernstig verwijt’.1