Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.5.3
3.5.3 CPC: moyen de droit
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS304573:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De rechter is daar overigens niet aan gebonden. Vgl. Guinchard, Ferrand & Chainais 2008, p. 611 (nr. 687).
Als partijen rechtsgronden aandragen, heeft dat wel consequenties. Zo moet de rechter op eventuele (feitelijke) gebreken wijzen: Cour de cassation 25 januari 2005, zk.nr. 02-12072; Cour de cassation 29 november 1978, Le Dalloz 1979, p. 381. Het staat de rechter vrij om partijen te vragen opmerkingen te maken over (de toepasselijkheid van) rechtsregels, zo volgt uit artikel 13 CPC. Vgl. hierover: Guinchard, Ferrand & Chainais 2008, p. 627 (nr. 706).
Dat gaat niet voor iedere rechtsgrond op. In een bepaald artikel kan een uitzondering worden gemaakt op deze regel. Vgl. bijvoorbeeld artikel 2247 Code Civil, waarin de rechter wordt verboden om ambtshalve het middel van verjaring toe te passen.
Guinchard, Ferrand & Chainais 2008, p. 606 (nr. 680); Gout 2003, p. 551.
130.
Artikel 12 CPC behoudt het toepassen van rechtsgronden op het door partijen aangedragen feitencomplex voor aan de rechter: “Le juge trache le litige conformément aux règles de droit qui lui sont applicables.” In Frankrijk zijn partijen verplicht om in een dagvaarding te verwijzen naar de volgens hen toepasselijke rechtsgronden
(artikel 56 CPC), op straffe van nietigheid.1 Uiteraard kan ook in nadere conclusies nog worden verwezen naar rechtsgronden, maar dit al bindt de rechter in beginsel niet.2 Een uitzondering op dit laatste wordt gevormd door lid 3 van artikel 12 CPC. Als partijen gezamenlijk verwijzen naar een bepaalde rechtsgrond is de rechter daaraan gebonden, tenzij het rechten betreft die niet ter vrije beschikking van partijen staan. Blijft een dergelijke gezamenlijke verwijzing uit, dan gaat de hoofdregel op en kan de rechter onafhankelijk van partijen rechtsgronden aanvullen.3
Betekent dit dat de rechter in de praktijk elke regel ambtshalve kan toepassen? Nee, dat niet. Ten eerste dienen er voldoende feiten beschikbaar te zijn voor toepassing van een rechtsregel. Bevat het dossier te weinig feitelijke aanknopingspunten en willen partijen de noodzakelijke feiten na vragen van de rechter ook niet aanvullen, dan kan ambtshalve toepassing van de rechtsgrond niet plaatsvinden. Ten tweede dient een rechtsgrond zich ook voor ambtshalve toepassing te lenen. Alleen rechtsgronden die puur juridisch van aard zijn, de zogenaamde moyen de droit, lenen zich voor ambtshalve toepassing.4
In Frankrijk geldt dus eveneens het adagium ius curia novit. De invulling daarvan lijkt veel op de invulling die daaraan in Nederland wordt gegeven. Op een belangrijk punt wordt echter van het Nederlandse civiele procesrecht afgeweken. Net als in Duitsland, en in lijn met het voorstel van Andrews, bepaalt artikel 16 CPC dat de Franse rechter, voordat hij rechtsgronden ambtshalve aanvult, partijen eerst in de gelegenheid stelt om zich daarover uit te laten. Dat gaat verder dan de plicht van de Nederlandse civiele rechter, die zulks slechts behoeft te doen als een verrassingsbeslissing dreigt.