AB 2025/151
Wie schriftelijk en mondeling structureel ongepaste, beledigende en/of dreigende opmerkingen tegen rechters en gerechtsjuristen maakt, handelt in strijd met beginselen van een behoorlijke procesvoering.
ABRvS 16-04-2025, ECLI:NL:RVS:2025:1666, m.nt. L.M. Koenraad
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
16 april 2025
- Magistraten
Mr. A.J.C. de Moor-van Vugt
- Zaaknummer
202303902/6/A3, 202400582/7/A3 en 202407350/6/A3
- Noot
L.M. Koenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10444:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2025:1666, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 16‑04‑2025
Essentie
Wie schriftelijk en mondeling structureel ongepaste, beledigende en/of dreigende opmerkingen tegen rechters en gerechtsjuristen maakt, handelt in strijd met beginselen van een behoorlijke procesvoering.
Samenvatting
In een bestuursrechtelijke procedure is eenieder die daarin een rol heeft, waaronder de rechtzoekende, gebonden aan het beginsel van behoorlijke procesvoering. Dat beginsel houdt onder meer in dat zowel schriftelijk als mondeling het gesprek met elkaar gevoerd moet worden op een fatsoenlijke manier, zonder daarbij gebruik te maken van ongepaste, beledigende en dreigende teksten en/of uitlatingen. Houdt één van de partijen zich daar niet aan, dan kan de rechter van die partij verlangen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.