Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/87
87 Relatieve bevoegdheid tijdens een aanhangig geding en voorafgaand aan een geding
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS455810:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
De procedure met het oog waarop het voorlopig getuigenverhoor wordt gevraagd moet aanhangig zijn. Als tussen (deels) andere procespartijen of over een andere vordering tussen dezelfde partijen een hoofdzaak aanhangig is, maar het voorlopig getuigenverhoor wordt gevraagd met het oog op een andere vordering, is de rechter van art. 187 lid 1 Rv bevoegd. Rb. Midden- Nederland 13 november 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:5597.
Volgens art. 877 lid 2 Rv (1951) kon, maar hoefde het voorlopig getuigenverhoor in een aanhangige zaak niet gevraagd te worden aan de rechter voor wie het geding aanhangig was. Op aanbeveling van de rechtbankpresidenten en Beekhuis (Beekhuis 1960, p. 594) werd in het Regeringsontwerp 1969 al voorgesteld om op te nemen dat een voorlopig getuigenverhoor tijdens een aanhangig geding moet worden verzocht aan de rechter bij wie het geding aanhangig is. Kamerstukken II 1969-70, 10 377, nr. 3, p. 19 (MvT). Uiteindelijk is deze regel in Rv (1988) opgenomen in art. 215 Rv, het huidige art. 187 Rv.
Welke plaats heeft te gelden als woonplaats van de gedaagde wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in art. 1:10-15 BW. In een zaak waarin het geschil zich toespitste op de vraag naar de woonplaats van Holland Casino was een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor niet ex art. 1:10 lid 2 BW ingediend bij de rechtbank van de statutaire zetel van Holland Casino (’s- Gravenhage), maar ex art. 1:14 BW bij de rechtbank van het kantoor in Hoofddorp (Haarlem). De rechtbank van het kantoor is alleen bevoegd als de zaak aangelegenheden betreft die dat kantoor betreffen. In casu betrof de hoofdzaak een handelen in strijd met o.a. de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties en de Wet Economische Delicten. Alle met de interne beheersing van risico’s en de naleving van deze regels belaste onderdelen van de onderneming (Raad van Bestuur en (staf)afdelingen) waren gehuisvest in Hoofddorp. Het ging daarom om aangelegenheden die Hoofddorp aangingen en de rechtbank verklaarde zich als vermoedelijk bevoegde rechter in de hoofdzaak bevoegd. Rb. Haarlem 17 maart 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AV5317, NJF 2006, 410.
Zie voor alternatieve en exclusieve bevoegdheidsregelingen in aanvulling op of in afwijking van de hoofdregel art. 100-109 Rv.
Vóór 2002 verwees de alternatieve bevoegdheidsbepaling alleen naar “de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht”. Sommige kantonrechters hanteerden een strikt grammaticale interpretatie van deze bepaling, die ertoe leidde dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaarde als de arbeidsovereenkomst was geëindigd voordat een procedure was begonnen. De kantonrechter in Utrecht besliste dat alleen de rechter van de hoofdregel (woonplaats gedaagde) bevoegd was om kennis te nemen van een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor betreffende een geëindigde arbeidsovereenkomst. Ktg. Utrecht 24 februari 1997, ECLI:NL:KTGUTR:1997:AI9507, Prg. 1997, 4749.
Rb. Midden-Nederland 13 november 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:5597.
Zie voor alternatieve en exclusieve bevoegdheidsregelingen in aanvulling op of in afwijking van de hoofdregel art. 263-269 Rv.
Een voorbeeld is art. 5 onder 3 EEX-Vo (art. 7 onder 2 EEX-Vo Ibis), waarin de rechter van de plaats van het schadebrengende feit wordt aangewezen. Het artikel verwijst naar een specifieke plaats in een lidstaat; het artikel regelt dus niet alleen de internationale, maar ook de relatieve bevoegdheid.
Hof Arnhem 14 juli 1978, ECLI:NL:GHARN:1978:AC3661, NJ 1979, 262.
Rb. Amsterdam 14 juli 1989, ECLI:NL:RBAMS:1989:AC3671, NJ 1991, 551.
Tijdens een aanhangige procedure is de rechter bij wie het geding1 aanhangig is de absoluut en relatief bevoegde rechter (zie nr. 83).2
Vóórdat een zaak aanhangig is, is ten eerste relatief bevoegd de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak kennis te nemen indien deze aanhangig wordt gemaakt (art. 187 lid 1 Rv). Volgens de hoofdregel in de dagvaardingsprocedure is dit de rechter van de woon- of verblijfplaats van de gedaagde (art. 99 Rv).3 Daarnaast gelden voor bepaalde soorten zaken alternatieve of exclusieve bevoegdheidsregelingen.4 In arbeidszaken geldt bijvoorbeeld dat de rechter binnen wiens rechtsgebied de arbeid gewoonlijk wordt of laatstelijk gewoonlijk werd verricht, alternatief bevoegd is (art. 100 Rv).5 In zaken op grond van onrechtmatige daad is de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan alternatief bevoegd (art. 102 Rv). In zaken waarin het onrechtmatig handelen publicatie in heel Nederland betreft, zijn alle rechtbanken in Nederland relatief bevoegd.6 Als de hoofdzaak een verzoekschriftprocedure betreft, is de rechter van de woon- of verblijfplaats van (een van) de verzoeker(s) of een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden relatief bevoegd (art. 262 Rv).7 Als de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van een alternatieve bevoegdheidsbepaling van de EEX-Vo (Ibis), dan wordt in die bepaling ook de relatieve bevoegdheid geregeld.8
Ten tweede is relatief bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied de personen die men als getuigen wil doen horen, of het grootste aantal van hen, woonachtig zijn of verblijven (art. 187 lid 1 Rv). Indien de te horen getuigen in gelijke aantallen over verschillende arrondissementen verdeeld zijn, zijn de rechtbanken van de verschillende arrondissementen gelijkelijk bevoegd.9 Deze alternatieve bevoegdheid is nuttig als het niet mogelijk is om op grond van de eerste regel een relatief bevoegde rechter te vinden, bijvoorbeeld als de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van het toekomstige geding kennis te nemen een buitenlandse rechter is.10