Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/4.2.1.5:4.2.1.5 Beperkt binnenlands belastingplichtig
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/4.2.1.5
4.2.1.5 Beperkt binnenlands belastingplichtig
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS395177:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk H.A.J.P. te Niet, Het beleggingsbegrip in de directe belastingen, FM 125, Kluwer, 2007, paragraaf 6.2.1.4.
Voor een nadere uiteenzetting en zienswijze van de staatssecretaris betreffende de belastingplicht voor verenigingen en stichtingen verwijs ik naar het besluit van 23 december 2005, nr. CPP2005/2730M, BNB 2006/91.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beperkt binnenlands belastingplichtigen worden in de heffing betrokken voor zover zij een onderneming drijven. Naast de rechtsvorm zijn dus ook de activiteiten van het desbetreffende lichaam bepalend voor de belastingplicht.1 Als beperkt binnenlands belastingplichtigen kunnen worden aangemerkt verenigingen, stichtingen, publiekrechtelijke rechtspersonen (overheidsondernemingen) en een soort van restcategorie rechtspersonen voor zover zij een onderneming drijven. Voor het begrip “drijven van een onderneming’’ wordt aangesloten bij de doctrine en rechtspraak zoals die is ontwikkeld voor het begrip onderneming in de inkomstenbelasting. Uit die jurisprudentie kan worden opgemaakt dat onder een onderneming moet worden verstaan “een organisatie van kapitaal en arbeid, gericht op deelname aan het economische verkeer om winst te behalen die redelijkerwijs te verwachten is.’’ Daarnaast is in art. 4 Wet VPB 1969 bepaald dat als desbetreffend lichaam in concurrentie treedt met onbeperkt VPB-plichtigen en/of natuurlijke personenondernemers er sprake is van het drijven van een onderneming.2 Bij de beperkt belastingplichtigen kunnen vermogensetiketteringsproblemen opduiken, omdat alleen voor het ondernemingsvermogen een subjectieve belastingplicht geldt.3 Voor “kleine’’ stichtingen en verenigingen met een beperkte belastbare winst geldt op grond van art. 6 Wet VPB 1969 een vrijstelling van de vennootschapsbelasting (zie verder hoofdstuk 4.2.2.).
4.2.1.5.1 Verenigingen en stichtingen4.2.1.5.2 Andere dan publiekrechtelijke rechtspersonen4.2.1.5.3 Overheidslichamen