Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/7.3.3.1
7.3.3.1 Inleiding
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401804:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Ik versta onder een generieke renteaftrekbeperking een bepaling die onafhankelijk is van een bepaalde transactie of gebeurtenis. Het doel waarvoor de belastingplichtige een lening is aangegaan is irrelevant. Rente wordt beperkt aan de hand van bijvoorbeeld de vermogenspositie van desbetreffende entiteit. Voorbeelden van een generieke renteaftrekbeperking is de thincapregeling (art.10d Wet VPB 1969 oud), zoals deze tot 1 januari 2013 heeft gegolden en de in Duitsland van toepassing zijnde earningsstrippingmaatregel.
Ernst & Young, Studie: Aspecten van de Duitse Gewerbesteuer, december 2007. Ik zal – omwille van de omvang van mijn onderzoek - verder niet ingaan op deze in de Gewerbesteuer van toepassing zijnde renteaftrekbeperking.
Financieringskosten zijn – evenals andere kosten – in beginsel aftrekbaar van de winst. De Duitse wetgever heeft in de wet een generieke renteaftrekbeperking1, een earningstrippingmaatregel (in Duitsland Zinsschranke genoemd), opgenomen die de aftrek van financieringskosten (rente) kan beperken (§4h EStG, §8a KStG). Alvorens ik hieronder in zal gaan op de belangrijkste kenmerken, ratio en wetsgeschiedenis van deze generieke renteaftrekbeperking is het mijns inziens belangrijk te constateren dat vóórdat men aan renteaftrekbeperkingen toekomt de vraag of sprake is van een lening of kapitaal reeds gepasseerd is. Ik ga er in het hiernavolgende vanuit dat het gaat om een zakelijke lening met een zakelijke vergoeding.
Zoals in hoofdstuk 3.3.2.1. beschreven, vindt winstbepaling in de Gewerbesteuer plaats door de heffingsgrondslag voor de Körperschaftsteuer als uitgangspunt te nemen en vervolgens enkele correcties toe te passen. Eén van de correcties (Hinzurechnung) resulteert effectief in een aftrekbeperking voor bepaalde posten waarin een rente-element zit. Sinds 2008 kunnen rentekosten voor 25%, leasebetalingen voor roerende zaken voor 5%, royaltybetalingen voor 6,25% en leasebetalingen voor onroerende zaken voor 12,5% niet in aftrek worden gebracht voor Gewerbesteuer-doeleinden. De gedachte hierachter is dat de Gewerbesteuer een objectbelasting is die een van de persoonlijke situatie losstaande benadering van het prestatievermogen van het object vereist. De objectieve rentabiliteit van het bedrijf dient te worden belast, los van het feit of het bedrijf met eigen of met vreemd vermogen is gefinancierd.2