Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/2.4:2.4 Conclusie
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/2.4
2.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS603345:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is de Richtlijn ETS vanuit internationaal en EU-perspectief bekeken. Daarbij stond de volgende deelvraag centraal:
Kan de Richtlijn ETS aan het UNFCCC, het Kyotoprotocol, VwEU, VEU en ander internationaal recht worden getoetst, en zo ja, voldoet de Richtlijn ETS aan de eisen die hieraan door deze regelgeving worden gesteld?
In paragraaf 2.2 werden daarbij de mondiale verdragen behandeld (alsook enkele gewoonterechtelijke regels). De vraag of een EU richtlijn kan worden getoetst aan een verdrag hangt van drie voorwaarden af, te weten:
de EU moet aan het verdrag gebonden zijn;
de aard en opzet van het verdrag mogen zich niet tegen een toetsing van een handeling aan het verdrag verzetten;
de bepalingen uit het verdrag waaraan getoetst moet worden, moeten inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn.
Vervolgens werden de UNFCCC, het Kyotoprotocol en Akkoord van Parijs, de Chicago-conventie en CORSIA in het licht van deze voorwaarden beschouwd. Voor de UNFCCC, het Kyotoprotocol en Akkoord van Parijs werd vastgesteld dat, ondanks dat de EU aan deze verdragen is gebonden, de verdragen niet aan de overige voorwaarden voldeden, of dat in ieder geval de aard en opzet van de verdragen zich tegen toetsing verzette. Tevens werd vastgesteld dat daar waar de EU aan een verdrag gebonden is en wetgevend heeft opgetreden, artikel 93 en 94 Gw niet konden worden toegepast. In Air Transport Association of America e.a was verder ten aanzien van Chicago-conventie bepaald dat de EU hier niet aan gebonden was. Desalniettemin werd vastgesteld dat ingevolge artikel 351 VwEU en de jurisprudentie te dier zake artikel 93 en 94 Gw ook ten aanzien van dit verdrag geen toepassing konden hebben. CORSIA deelt hetzelfde lot (voor zover zij al een bindende maatregel mocht zijn). Wat betreft gewoonterechtelijke beginselen werden in Air Transport Association of America e.a. geen strijdigheden geconstateerd.
Wat betreft het VEU en VwEU (paragraaf 2.3) werd de Richtlijn getoetst aan de rechtsgrondslag (subparagraaf 2.3.2), het subsidiariteitsbeginsel (subparagraaf 2.3.3) en evenredigheidsbeginsel (subparagraaf 2.3.4), de vrij verkeersbepalingen (subparagrafen 2.3.5-2.3.7), en de bepalingen inzake mededinging en staatssteun (subparagraaf 2.3.8). Ten aanzien van de meeste van deze bepalingen en beginselen werden geen strijdigheden geconstateerd. Alleen in het kader van het subsidiariteitsbeginsel werd ten aanzien van enkele tussentijdse wijzigingen van de Richtlijn ETS vastgesteld dat deze wijzigingen op punten beter hadden moeten worden gemotiveerd. Er werd echter tevens op gewezen dat wetgevingshandelingen van de EU tot nog toe nog nooit op grond van het subsidiariteitsbeginsel zijn vernietigd. Daar waar dus in dat kader motiveringsgebreken zijn geconstateerd, zal dit waarschijnlijk niet tot vernietiging van (een deel van) de Richtlijn leiden.