Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.1.2.2
4.1.2.2 Voor menselijke beheersing vatbaar
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644762:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De lucht en de zee werden in de Toelichting als voorbeelden gegeven voor stoffelijke objecten die geen zaken waren, want ze waren niet voor menselijke beheersing vatbaar. Of we daar nu nog steeds zo over denken, wordt hier in het midden gelaten.
Ploeger (1997), p. 16; Wichers (2002), p. 44.
HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1301, NJ 2012/293 (Beeldbrigade).
Reehuis & Heisterkamp, Pitlo Goederenrecht 2019, p. 3.
Ook William Burke en William Hare kwamen in 1828 erachter dat met lijken geld te verdienen was. In een tijdsbestek van tien maanden vermoordden zij in Edinburgh 16 personen en verkochten de lichamen aan dr. Robert Knox die ze gebruikte voor zijn anatomielessen. Het werkwoord burke (smoren, laten stikken, wurgen) stamt van deze tragische gebeurtenissen af. Zie ook A Tale of two cities van Charles Dickens, waarin Jerry Cruncher behoort tot de zogenaamde resurrectionists. Zij groeven verse lijken op om deze te verkopen aan de wetenschap. In een conversatie van Jerry met zijn zoon (Young Jerry), vraagt de laatste: “What’s a Resurrection-man?” (…) “He’s a tradesman” “What’s his goods, father?”, asked the brisk Young Jerry. “His goods,” said Mr. Cruncher, after turning it over in his mind, “is a branch of Scientific goods”.
Jansen, RM Themis/2011, p.187-201; Lokin (2014), p. 253 e.v.
Een zaak moet voor menselijke beheersing vatbaar zijn. Dat wil zeggen dat men haar in bezit moet kunnen hebben, de feitelijke heerschappij over de zaak moet kunnen uitoefenen. Ondanks dat de lucht, de zee, de dampkring en de maan stoffelijk zijn, worden zij niet als zaken aangemerkt omdat ze (nog) niet vatbaar zijn voor bezit.1 Dit kan in de toekomst veranderen, aangezien de maatschappelijke opvattingen bepalen of een zaak vatbaar is voor menselijke beheersing.2 Als vakantiereizen naar de maan geen utopie meer zijn, dan is wellicht bezit van (een deel van) de maan mogelijk. Kortom, een object is pas een zaak als het voor menselijke beheersing vatbaar is, geïndividualiseerd is en stoffelijk is. Computerbestanden die door een koper zijn gekocht, zijn volgens de Hoge Raad voldoende geïndividualiseerd en voor menselijke beheersing vatbaar.3 Ze zijn echter geen zaken, omdat de bestanden zelf niet stoffelijk zijn. Wel stoffelijk zijn de gegevensdrager waarop deze bestanden zijn opgeslagen of de computer waarop zij zijn gedownload.4
Of een zaak voor beheersing vatbaar is, wordt niet alleen bepaald door het feit dat ze “technisch beheersbaar” is. Ook het morele aspect speelt een rol. Zonder twijfel is een lijk technisch voor menselijke beheersing vatbaar. Voor het vermogensrecht kan een lijk ook van belang zijn; denk alleen al aan de organen waarmee levens gered kunnen worden.5 Voor de beantwoording van de vraag of een lijk een zaak is, zullen morele argumenten echter doorslaggevend zijn.6
Tot slot zij opgemerkt dat dieren, hoewel stoffelijk en voor menselijke beheersing vatbaar, volgens art. 3:2a lid 1 BW niet onder het begrip zaak vallen. Het tweede lid bepaalt daarentegen dat alle artikelen over zaken gelden voor dieren.7