Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/8.4.0
8.4.0 Introductie
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS436748:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Piper Aircraft v. Reyno, 102 S.Ct. 252, 258 (1981): 'To guide trial court discretion, the Court provided a list of 'private interest factors' affecting the convenience of the litigants, and a list of `public interest' factors affecting the convenience of the forum.' Vgl. Karayanni (2004), p. 66-102.
Zie par. 3.6.4 resp. 6.6.1.
Gulf 0i/ v. Gilbert, 67 S.Ct. 839, 843 (1947): Wisely, it has not been attempted to catalogue the circumstances which will justify or require either grant or denial of remedy. The doctrine leaves much to the discretion of the court to which the plaintiff resorts (...).' Vgl. Restatement (Second) Conflict of Laws (1971), §84, Whether a given forum will be held inappropriate depends upon the facts of the particular case and upon the discretion of the trial judge.'
Piper Aircraft v. Reyno, 102 S.Ct. 252, 266 (1981): 'The forum non conveniens determination is committed to the sound discretion of the trial court. It may be reversed only when there has been a clear abuse of discretion; where the court has considered all relevant public and private interest factors, and where its balancing of these factors is reasonable, its decision deserves substantial deference.' Zie nader: C.M. Morin, 'Review and Appeal of Forum Non Conveniens and Venue Transfer Orders', Geo. Wash. L. Rev. 1991, p. 715-746.
Hiervan was sprake in bijv. SME Rack,s v. Sistemas Mecanicos Para Electronica, 382 F.3d 1097 (11
Piper Aircrafi v. Reyno, 102 S.Ct. 252, 266 (1981): 'The District Court's distinction between resident or citizen plaintiffs and foreign plaintiffs is fully justified. In Koster, the Court indicated that a plaintiffs choice of forum is entitled to greater deference when the plaintiff has chosen the home forum (...). When the home forum has been chosen, it is reasonable to assume that this choice is convenient. When the plaintiff is foreign, however, this assumption is much less reasonable. Because the central purpose of any forum non conveniens inquiry is to ensure that the trial is convenient, a foreign plaintiff s choice deserves less deference.'
Vgl. Pollux Holding v. The Chase Manhattan Bank, 329 F.3d 64, 71 (2' Cir. 2003): 'In such circumstances, it is more likely that forum-shopping for a higher damage award or for some other litigation advantage was the motivation for plaintiff s selection.'
Een punt van discussie is of deze verbodsclausules beperkt moeten worden tot buitenlandse eisers die in Amerika wonen dan wel ook gelding moeten hebben ten aanzien van verdragsonderdanen die buiten Amerika hun woonplaats hebben.
Hierover uitgebreid: A.I. Stevenson, 'Forum Non Conveniens and Equal Access Under Friendship, Commerce, and Navigation Treaties: A Foreign Plaintiff s Rights', Hastings Int? & Comp. L. Rev. 1990, p. 267-285, waarin ook een overzicht van verdragen met `equal access clauses' is te vinden. Vgl. Felder (2005), p. 169-170.
Trb. 1956, 40. Zie art. V(1): 'Onderdanen en vennootschappen van de ene Partij zullen binnen het grondgebied van de andere Partij nationale behandeling genieten met betrekking tot het recht zich in elke aanleg te wenden tot de gewone rechter, administratieve scheidsgerechten en instanties, zowel ter verkrijging als ter verdediging van hun recht. (...).'
Indien een alternatief bevoegd gerecht in het buitenland ontbreekt, komt forum non conveniens niet tot stand en vangt de Amerikaanse rechter aan met de inhoudelijke behandeling van de zaak. Indien de eiser wel beschikt over een alternatief bevoegd forum in het buitenland, waarin de eiser kan rekenen op een adequate rechtsgang, vervolgt de Amerikaanse rechter de forum non conveniens-toets met de zgn. `balancing test'. Volgens deze test beoordeelt de Amerikaanse rechter welk van de in casu voor de eiser beschikbare fora — in Morales v. Ford Motor zijn dat Amerika en Venezuela `the more appropriate forum for trial' is. De `balancing test' berust op een afweging van verschillende belangen: (1) de 'private interest factors' die betrekking hebben op de belangen van partijen, en (2) de 'public interest factors' die betrekking hebben op het algemeen belang.1 De `balancing test' heeft als zodanig geen evenknie in het Nederlandse commune recht en de Verordening Brussel Ilbis. Zowel in het Nederlandse recht als in de Verordening Brussel 1Ibis is bij de forum non conveniens-vraag de enige en doorslaggevende factor het belang van het kind. Op grond van art. 4 lid 3 sub b Rv resp. art. 15 lid 1 Verordening Brussel Bbis volgt forum non conveniens door het ten gronde bevoegde gerecht alleen maar indien het belang van het kind is gediend bij behandeling van de zaak bij het gerecht in een andere staat.2
Voor ieder van de beschikbare fora beoordeelt de Amerikaanse rechter welke juridische en/of praktische voordelen en/of bezwaren met het voeren van een gerechtelijke procedure zijn gemoeid voor partijen en de beide gerechten. De `balancing test' zal moeten uitwijzen welke van deze fora geschikt is voor behandeling van de zaak. In het algemeen slaat de `balancing test' om ten gunste van het forum naar wiens rechtssfeer de meeste van de 'private' en 'public' factoren verwijzen. Er bestaat geen rangorde tussen de factoren, zij zijn ook niet altijd even relevant. Zo kan de Amerikaanse rechter beslissen om zoveel gewicht toe te kennen aan één 'private' of 'public' factor (bijvoorbeeld de ligging van bewijsmateriaal), dat de `balancing test' omslaat ten gunste van het forum naar wiens rechtssfeer deze ene factor verwijst. De Amerikaanse rechter verklaart zich forum non conveniens, indien de `balancing test' het alternatief bevoegd gerecht aanwijst als 'a more appropriate forum for trial'. Het balanceren van de 'private' en 'public' factoren gaat gepaard met een ruime beoordelingsvrijheid voor de Amerikaanse rechter. Hij beoordeelt van geval tot geval hoeveel gewicht hij toekent aan ieder van de factoren en of de ene factor meer gewicht krijgt dan de andere. De `balancing test' is volledig toegespitst op de feiten en omstandigheden van het concrete geval.3 Vanwege het discretionaire karakter wordt in hoger beroep de beslissing van de rechter slechts marginaal getoetst.4 Vernietiging vindt alleen plaats indien duidelijk sprake is van misbruik van discretie.5
Het hoog casuïstisch gehalte van de `balancing test' maakt de uitkomst van de forum non conveniens-vraag voor buitenlandse partijen vooraf moeilijk voorspelbaar. De rechtspositie van buitenlandse partijen wordt nog eens bemoeilijkt door het discriminatoir karakter van het Amerikaanse procesrecht. Het Amerikaanse procesrecht maakt bij de toegang tot Amerikaanse fora namelijk systematisch onderscheid tussen `resident or citizen plaintiffs' en 'foreign plaintiffs' 6 De keuze van een 'resident or citizen plaintiff' om in een Amerikaans thuisforum te procederen wordt zo veel mogelijk gerespecteerd. Voor deze eisers is Amerika 'a convenient forum', tenzij de `balancing test' sterk omslaat naar een alternatief buitenlands forum. Dat is anders als een 'foreign plaintiff' zoals Morales zich tot de Amerikaanse rechter wendt. Diens keuze wordt veel minder geëerbiedigd nu een verafgelegen forum in beginsel 'inconvenient' is, zodat de veronderstelling bestaat dat hij aan het forumshoppen is.7 Dit fundamenteel onderscheid tussen 'resident or citizen plaintiffs' en 'foreign plaintiffs' maakt het Amerikaanse procesrecht discriminatoir van aard. Hierbij past de volgende kanttekening. Amerika heeft met diverse staten bilaterale handels- en vriendschapsverdragen gesloten met daarin 'equal access clauses' oftewel verbodsclausules tot procesrechtelijke discriminatie van elkaars onderdanen. Op grond van deze verdragsbepalingen hebben onderdanen van de ene verdragsstaat recht op een nationale behandeling bij de toegang tot gerechten van de andere verdragsstaat. Daarmee heeft Amerika zich verplicht om onderdanen van de andere verdragsstaat op dezelfde voet als eigen onderdanen te behandelen.8 Het discriminatoir karakter van het Amerikaanse procesrecht wordt dan als het ware geneutraliseerd. De 'foreign plaintiff wordt voor forum non conveniens-doeleinden dan behandeld als ware hij Amerikaan.9 Een 'equal access clause' komt ook terug in het op 27 maart 1956 te ' s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika,10 zodat Nederlandse eisers voor forum non conveniens-doeleinden in beginsel behandeld moeten worden als waren zij local plaintiffs'.