Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.4.3.4
11.4.3.4 Terugwerkende kracht slechts mogelijk voor zover sprake is van fiscale facilitering
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491486:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie het Beleidsbesluit NLF 2021/1058, onderdeel 4.2 (afsplitsing) en het Beleidsbesluit NLF 2021/1057, onderdeel 4.2 (zuivere splitsing). De regeling voor te laat ingediende verzoeken is besproken in onderdeel 11.4.2.1.
Zie onderdeel 7.2.2.
Bij een splitsing gaat het vermogen civielrechtelijk onder algemene titel over. Op grond van art. 14a, lid 1, onderdeel a en b, Wet VPB 1969 wordt deze vermogensovergang fiscaalrechtelijk getransformeerd in een overdracht. In het beleidsbesluit afsplitsing en het beleidsbesluit zuivere splitsing wordt daarom de term ‘overgedragen’ gebruikt.
Het zal hierbij gaan over de winst die voortvloeit uit de toepassing van standaardvoorwaarde 1. Zie onderdeel 11.4.4.3.
De staatssecretaris heeft de goedkeurende regeling in zoverre beperkt dat deze slechts van toepassing is voor zover de winst niet in aanmerking wordt genomen als gevolg van art. 14a, lid 2 of lid 3, Wet VPB 1969 dan wel met toepassing van de goedkeuring voor te laat ingediende verzoeken.1 Terugwerkende kracht met betrekking tot het splitsingstijdstip is dus alleen mogelijk voor zover sprake is van een fiscaal gefaciliteerde splitsing. De bewindspersoon heeft dit onderbouwd door erop te wijzen dat de terugwerkende kracht onderdeel is van de fiscale faciliteit en beoogt bij te dragen aan het fiscaal geruisloze karakter van de splitsing. Eerder in dit onderzoek is al in kritische zin aandacht besteed aan de onmogelijkheid van terugwerkende kracht van het (af)splitsingstijdstip in het geval van een splitsing met fiscale afrekening.2 De opvatting van de staatssecretaris resulteert in de volgende driedeling:
Indien de wettelijke doorschuifregeling van art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969 wordt toegepast en bovendien gebruik wordt gemaakt van de goedkeurende terugwerkende kracht-regeling, geldt als (af)splitsingstijdstip de aanvang van het boekjaar van de splitsende rechtspersoon.
Is sprake van een ruisende splitsing, dan kan deze goedkeurende regeling niet worden toegepast. Het (af)splitsingstijdstip is dan het tijdstip met ingang waarvan de overgedragen3 vermogensbestanddelen op grond van de feiten en omstandigheden geacht worden rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijger(s) te komen.
Bij toepassing van de doorschuifregeling op verzoek als bedoeld in art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969 en in gevallen waarin de goedkeurende regeling voor te laat ingediende verzoeken wordt toegepast, kan slechts van de goedkeuring met betrekking tot het (af)splitsingstijdstip gebruik worden gemaakt voor zover de standaardvoorwaarden geen inbreuk maken op de fiscale faciliteit. Voor zover de standaardvoorwaarden de fiscale begeleiding echter beperken, geldt als (af)splitsingstijdstip het tijdstip met ingang waarvan de overgedragen vermogensbestanddelen op grond van de feiten en omstandigheden geacht worden rechtstreeks voor rekening en risico van de verkrijger(s) te komen.4 Bij een zuivere splitsing houdt de splitsende rechtspersoon op te bestaan. De zonder terugwerkende kracht te berekenen winst, die wordt gerealiseerd in het splitsingsjaar, mag dan worden opgenomen in de winst van de zuivere splitser over het laatste jaar vóór het splitsingstijdstip. Op deze manier is bereikt dat de zuivere splitser kan volstaan met het indienen van een nihilaangifte in het (korte) jaar waarin de splitsing plaatsvindt.