Einde inhoudsopgave
Werkwijze bij concentratiezaken ACM 2021
11 Samenwerking met andere mededingingsautoriteiten (ECA), de Europese Commissie en overige instellingen
Geldend
Geldend vanaf 07-10-2021
- Bronpublicatie:
30-09-2021, Stcrt. 2021, 43083 (uitgifte: 06-10-2021, regelingnummer: ACM/20/042774)
- Inwerkingtreding
07-10-2021
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-09-2021, Stcrt. 2021, 43083 (uitgifte: 06-10-2021, regelingnummer: ACM/20/042774)
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
11.1. Samenwerking binnen ECA
- 149.
De ECA is een netwerk van Europese mededingingsautoriteiten. De leden zijn de mededingingsautoriteiten van de Europese Economische Ruimte (de EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, de Europese Commissie en de toezichthoudende autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie – EVA). Het netwerk functioneert als een forum waarbinnen de autoriteiten elkaar ontmoeten en samenwerken. De ECA besteedt met name aandacht aan het toepassen en handhaven van nationale en Europese mededingingsregels.
- 150.
De ECA heeft zich gericht op het verminderen van de last voor de betrokken ondernemingen bij zogenaamde meervoudige meldingen, door de samenwerking tussen de ECA-leden te stimuleren en te verbeteren. Meervoudige meldingen doen zich voor bij transacties die niet onder de ‘one-stop-shop’ van de Europese Concentratieverordening vallen en die bij mededingingsautoriteiten in meerdere Europese landen moeten worden gemeld (hierna: multi-jurisdictional mergers). In dit kader hebben de ECA-leden besloten om elkaar tijdig op de hoogte te stellen van meldingen die in meerdere landen zijn gedaan.
- 151.
De mededingingsautoriteiten die vertegenwoordigd zijn binnen ECA informeren elkaar over multi-jurisdictional mergers. Dit doen zij door middel van een zogenaamde ‘ECA kennisgeving’ die binnen het ECA wordt rondgestuurd indien:
- i.
een melding is binnengekomen van een multi-jurisdictional merger,
- ii.
een multi-jurisdictional merger in de meldingsfase is goedgekeurd onder voorwaarden (remedies) of indien besloten wordt dat een vergunningseis zal worden gesteld, en
- iii.
als een besluit is genomen op de vergunningsaanvraag van een multi-jurisdictional merger.
- 152.
Als een ECA-lid een melding van een concentratie ontvangt die ook is gemeld bij één of meer van de andere ECA-leden, zal deze autoriteit de andere ECA-leden informeren door middel van een ECA-kennisgeving. Contactgegevens van de betrokken zaakbehandelaars en enkele basisgegevens met betrekking tot de transactie worden uitgewisseld tussen de betrokken autoriteiten, zoals de naam van partijen, de mogelijke relevante markt(en) en de termijn voor het afronden van het onderzoek.
- 153.
Naar aanleiding van de ECA-kennisgeving kunnen de betrokken zaakbehandelaars contact opnemen met elkaar om visies op de zaak uit te wisselen indien dit nuttig is voor het onderzoek. De betrokken zaakbehandelaars houden elkaar zo nodig op de hoogte van de voortgang van de zaak. Deze contacten vinden doorgaans op een informele manier plaats, zonder uitwisseling van vertrouwelijke informatie. Uitwisseling van vertrouwelijke informatie naar aanleiding van een ECA-kennisgeving vindt alleen plaats als dit nodig is voor het onderzoek en voor zover nationale wetgeving niet aan uitwisseling van dergelijke informatie in de weg staat of de betrokken partijen met de uitwisseling van vertrouwelijke informatie hebben ingestemd.1. Artikel 7 Iw maakt het voor de ACM mogelijk dergelijke informatie uit te wisselen. Doorgaans zal daarover eerst overleg met partijen plaatsvinden maar de ACM is daar niet toe verplicht.
11.2. Verwijzingsverzoeken
- 154.
De artikelen 9 en 22 van de Europese Concentratieverordening gaan over de voorwaarden en procedures voor een verzoek tot verwijzing van een concentratie van de Europese Commissie naar de lidstaat en andersom. De artikelen 4(4) en 4(5) van de Europese Concentratieverordening gaan over de procedures voor verwijzingsverzoeken van betrokken ondernemingen. De Europese Commissie heeft de procedures betreffende verwijzing van concentratiezaken nader uitgewerkt in de Mededeling van de Commissie betreffende de verwijzing van concentratiezaken.2. Hierna bespreekt de ACM kort de werkwijze bij de verschillende vormen van verwijzingsverzoeken.
11.2.1. Verzoek tot verwijzing van concentraties naar de Europese Commissie onder artikel 22 van de Europese Concentratieverordening
- 155.
Op basis van artikel 22 van de Europese Concentratieverordening kan de ACM namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat de Europese Commissie verzoeken om een concentratie die niet bij de ACM gemeld hoeft te worden te onderzoeken of de behandeling van een bij de ACM gemelde concentratie over te nemen.3. Zo een verzoek kan ook gezamenlijk met andere lidstaten van de Europese Unie worden gedaan. Tevens kunnen lidstaten zich aansluiten bij een door een andere lidstaat gedaan verzoek. De Europese Commissie kan ook een lidstaat uitnodigen om een verzoek op basis van artikel 22 te doen.
- 156.
Een verzoek op basis van artikel 22 kan alleen betrekking hebben op een concentratie die geen communautaire dimensie heeft, de handel tussen de lidstaten beïnvloedt en in significante mate gevolgen dreigt te hebben voor de mededinging op het grondgebied van een lidstaat of de lidstaten die het verzoek doet of doen.
- 157.
Als de ACM een verzoek op grond van artikel 22 indient of zich aansluit bij een dergelijk verzoek van een andere lidstaat en de concentratie is bij de ACM gemeld, wordt de behandeltermijn van de Mw opgeschort totdat de Europese Commissie een besluit heeft genomen op het verzoek. Op het moment dat de ACM aan de Europese Commissie laat weten dat zij zich niet aansluit bij een artikel 22 verzoek van een andere lidstaat, eindigt de opschorting van de termijn.4.
- 158.
Indien partijen die betrokken zijn bij een concentratie twijfels hebben over de vraag of de ACM voornemens is een verzoek op grond van artikel 22 te doen, kunnen zij contact opnemen met de ACM via de in randnummer 8 genoemde contactmogelijkheden. Meer informatie over de toepassing van artikel 22 van de Europese Concentratieverordening is te vinden in de Mededeling van de Commissie: Handvatten voor de toepassing van het verwijzingsmechanisme van artikel 22 van de concentratieverordening op bepaalde categorieën zaken.5.
- 159.
In randnummer 19 van de ECA Principles6. is aangegeven dat bij de beoordeling van een verwijzingsverzoek onder artikel 22 van de Europese Concentratieverordening, rekening moet worden gehouden met de volgende factoren:
- •
of de omvang van de relevante geografische markt(en) groter is dan nationaal en of de belangrijkste impact van de concentratie zich voordoet op die markt(en),
- •
of de nationale autoriteiten moeilijkheden verwachten met het verkrijgen van informatie, doordat de belangrijkste marktpartijen niet zijn gevestigd in hun eigen lidstaat, en
- •
of de potentiële significante mededingingsproblemen zich in meerdere (sub-) nationale markten zullen voordoen en of de nationale autoriteiten moeilijkheden verwachten bij het vinden van geschikte remedies en bij het waarborgen van de uitvoering van deze remedies.
11.2.2. Verzoeken betreffende verwijzing van EU concentratiezaken naar de ACM onder artikel 9 van de Europese Concentratieverordening
- 160.
Artikel 9 van de Europese Concentratieverordening biedt de lidstaten van de Europese Unie de mogelijkheid om aan de Europese Commissie een verzoek te doen om bepaalde Europese concentratiezaken, die onder de Europese Concentratieverordening bij de Europese Commissie zijn gemeld, naar de verzoekende lidstaat te verwijzen. Ook een verzoek op grond van artikel 9 van de Europese Concentratieverordening wordt namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat ingediend door de ACM.7.
- 161.
Bij de afweging om een verzoek in te dienen op grond van artikel 9, is van belang of als gevolg van de voorgenomen concentratie (op het eerste gezicht) voornamelijk negatieve effecten te verwachten zijn binnen een Nederlandse markt of kleinere geografische markt(en). Het feit dat de ACM reeds bezig is om dezelfde markt(en) te onderzoeken of door eerdere zaken ervaring heeft in die sector kan ook een rol spelen bij de afweging. Als met voldoende zekerheid kan worden gezegd dat er geen sprake is van mogelijke negatieve mededingingsgevolgen als gevolg van de gemelde voorgenomen transactie, wordt geen verzoek op grond van artikel 9 ingediend.
- 162.
Op een zaak die de Europese Commissie naar de ACM heeft verwezen zijn artikel 34 en volgende van de Mw van toepassing. Partijen dienen de zaak dus aan de ACM te melden en de in artikel 37 van de Mw bedoelde termijn loopt vanaf het moment van ontvangst van de melding bij de ACM.
11.2.3. Verzoeken van betrokken partijen om verwijzing van EU concentratiezaken naar de ACM c.q. nationale concentratiezaken naar de Europese Commissie onder artikel 4, leden 4 en 5 van de Europese Concentratieverordening
- 163.
Betrokken partijen kunnen ingevolge artikel 4, vierde lid, van de Europese Concentratieverordening een verzoek indienen tot verwijzing van een EU-concentratiezaak naar één of meerdere lidstaten. Het criterium dat hiervoor wordt gehanteerd is dat de concentratie in significante mate gevolgen kan hebben voor de mededinging op een afzonderlijke markt in een lidstaat. In de Mededeling van de Europese Commissie betreffende de verwijzing van concentratiezaken is deze procedure verder uitgewerkt. Voor een goed verloop van deze procedure is tijdig overleg met de ACM raadzaam en de ACM verzoekt partijen dan ook zo snel als mogelijk de intentie tot een verwijzingsverzoek op basis van artikel 4 van de Europese Concentratieverordening met de ACM te bespreken.
- 164.
Ingevolge artikel 4, vijfde lid, van de Europese Concentratieverordening kunnen betrokken partijen een verzoek indienen tot verwijzing van een concentratiezaak zonder communautaire dimensie naar de Europese Commissie. Hiervoor is nodig dat de concentratie in minstens drie lidstaten gemeld dient te worden op grond van nationale wetgeving. Deze procedure is eveneens nader uitgewerkt in de hiervoor genoemde mededeling van de Europese Commissie. De ECA Principles bevatten dezelfde criteria voor een verwijzingsverzoek onder artikel 4, vijfde lid als voor een verwijzingsverzoek onder artikel 22 (zie randnummer 159). Ook hier geldt dat tijdige bespreking met de ACM van een dergelijk voornemen het verloop van de procedure kan bespoedigen.
11.3. Samenwerking met de Europese Commissie in het kader van Europese tweede fase-concentratiezaken: Adviescomités
- 165.
De ACM en alle andere mededingingsautoriteiten in de lidstaten van de Europese Unie ontvangen kopieën van alle concentratiemeldingen bij de Europese Commissie.8. Als de gemelde transactie (op het eerste gezicht) tot mogelijke mededingingsproblemen in Nederland zou kunnen leiden vanwege bijvoorbeeld de internationale aard van de betrokken markten, maar de ACM geen verzoek op grond van artikel 9 Europese Concentratieverordening indient, is het mogelijk dat de ACM contact opneemt met het desbetreffende behandelteam van de Europese Commissie. Deze contacten vinden doorgaans ad hoc en op een informele basis plaats. Daar waar de ACM een goede kennis van de onderzochte markt(en) heeft, kan de ACM de Europese Commissie ondersteunen in haar onderzoek.
- 166.
Indien de Europese Commissie besluit tot een diepgaand onderzoek van een zaak, neemt een afvaardiging van de ACM deel aan de bijeenkomsten van het Adviescomité van de lidstaten van de Europese Unie in Brussel. De Europese Commissie raadpleegt het Adviescomité alvorens tot haar definitieve besluit te komen.9.
- 167.
In een enkel geval nemen betrokken partijen contact op met de ACM om de zaak te bespreken. De ACM staat in principe open voor dit soort besprekingen, met name indien Nederlandse belangen betrokken zijn. Tijdens dergelijke besprekingen zal geen inzage worden gegeven in het standpunt dan wel de inbreng van Nederland in het Adviescomité. De ACM doet geen uitspraken over het tijdstip en de locatie van het Adviescomité en ook niet over de uitkomst daarvan.
11.4. Uitwisseling van vertrouwelijke informatie met de Europese Commissie
- 168.
De Europese Commissie voert de in Europese Concentratieverordening genoemde procedures uit in nauw en voortdurend contact met de mededingingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, waaronder de ACM.10. De ACM krijgt kopieën van de belangrijkste stukken (inclusief vertrouwelijke informatie) die de Europese Commissie naar aanleiding van een melding ontvangt of verzendt, zoals bijvoorbeeld het Formulier CO, de Punten van Bezwaar (vergelijkbaar met de PvO) en de voorgestelde remedies. Daarnaast kan de ACM op grond van artikel 19, eerste en tweede lid, van de Europese Concentratieverordening op elk moment opmerkingen indienen bij de Europese Commissie. Ook in het kader van voorbereidende stappen voor een mogelijke toepassing van de artikelen 9 en 22 van de Europese Concentratieverordening kunnen de Europese Commissie en de ACM informatie uitwisselen; dit kan ook vertrouwelijke informatie betreffen. Artikel 19, tweede lid, van de Europese Concentratieverordening en artikel 7 Iw maken deze informatie-uitwisseling mogelijk. In de praktijk zal hierover doorgaans eerst overleg met partijen plaatsvinden. Daarnaast zal de ACM op grond van artikel 11 van de Europese Concentratieverordening op verzoek van de Europese Commissie alle informatie verstrekken die nodig is voor het uitvoeren van de Europese Concentratieverordening.11.
11.5. Informeren van andere instellingen binnen Nederland
- 169.
De ACM informeert in bepaalde concentratiezaken andere instellingen binnen Nederland over zaken die bij haar in behandeling zijn.12. Het kan hierbij gaan om De Nederlandsche Bank en de Nederlandse Zorgautoriteit. Voor De Nederlandsche Bank is het een en ander geregeld in het daartoe opgestelde Protocol tussen de Nederlandsche Bank N.V. en de Nederlandse Mededingingsautoriteit betreffende concentraties in de financiële sector in noodsituaties.13. Dit protocol is gericht op gevallen waarin sprake is van een acute dreiging van een faillissement van een financiële instelling met belangrijke uitstralingseffecten naar de gehele financiële sector.
- 170.
Bij concentraties in de zorgsector informeert de ACM de NZa. Dit is geregeld in het Samenwerkingsprotocol tussen de Autoriteit Consument en Markt en de Nederlandse Zorgautoriteit.14. De ACM zal in het geval van gemelde concentraties in de zorgsector de NZa vragen of zij een zienswijze wenst af te geven. De ACM zal de zienswijze in haar beoordeling van de concentratie betrekken. Tevens kan op basis van artikel 7 Iw en de artikelen 65, 67 en 70 Wmg informatie-uitwisseling plaatsvinden tussen de ACM en de NZa.
De Werkwijze bij concentratiezaken treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Voetnoten
European Competition Authorities, The exchange of information between members on multijurisdictional mergers, Procedures Guide, punt 4, te vinden op: https://ec.europa.eu/competition/ecn/eca_information_exchange_procedures_en.pdf.
PbEU, 2004, C56, p. 2. Deze mededeling is te vinden op de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/comm/competition/index_nl.html.
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Consument en Markt, Stcrt. 2013, nr. 9333, laatstelijk gewijzigd in Stcrt. 2020, nr. 35553 (hierna: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Consument en Markt), artikel 3.
Artikel 22, tweede lid, Europese Concentratieverordening.
PbEU, 2021,C 113, p. 1. Deze mededeling is te vinden op de website van de Europese Commissie: https://ec.Europa.eu/competition-policy/mergers/legislation/notices-and-guidelines_en
European Competition Authorities, Principles on the application, by National Competition Authorities within the ECA, of Articles 4 (5) and 22 of the EC Merger Regulation.
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Consument en Markt, artikel 3.
Artikel 19, eerste lid, Europese Concentratieverordening.
Europese Concentratieverordening, artikel 19, derde lid.
Europese Concentratieverordening. artikel 19, tweede lid en artikel 88 Mw,
Artikel 17 van de Europese Concentratieverordening verplicht tot geheimhouding van verstrekte informatie en bepaalt dat verstrekte informatie alleen gebruikt mag worden voor het doel waarvoor de Europese Commissie of de ACM erom heeft gevraagd.
Artikel 7 Iw.
Stcrt. 2017, nr 61542. Ook te vinden op de website van ACM: https://www.acm.nl/nl/organisatie/samenwerking/samenwerking-nationaal.
Stcrt. 2015, nr. 583. Ook te vinden op de website van ACM: https://www.acm.nl/nl/publicaties/publicatie/13738/Samenwerkingsprotocol-Autoriteit-Consument-en-Markt-en-Nederlandse-Zorgautoriteit.