Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.8.1:2.8.1 Wet- en regelgeving, algemeen
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.8.1
2.8.1 Wet- en regelgeving, algemeen
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS465691:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 1 januari 1934 werd in Nederland de omzetbelasting ingevoerd.1 Deze belasting wordt geheven ter zake van bestedingen, verteringen of verbruik. Inzoverre is de omzetbelasting een voortzetting van de oude Personeele Belasting (zie onderdeel 2.3). De wet van 1933 voorzag in een eenmalige heffing die door fabrikanten moest worden betaald ten aanzien van geleverde goederen. De omzetbelasting werd ‘voldaan’ door belastingzegels op de facturen te plakken.
Als gevolg van de bezetting werd in 1941 de Wet op de omzetbelasting 1933 vervangen door het Besluit op de omzetbelasting.2 Het systeem van heffing van omzetbelasting volgens dit besluit, waarmee onder andere de belastingzegels werden afgeschaft, is heden ten dage nog terug te vinden in hoofdstuk IV van de AWR. Het besluit uit 1941 werd op zijn beurt vervangen door de Wet op de omzetbelasting 1954,3 die vervolgens 1 januari 19694 weer werd vervangen door een nieuwe wet die voorzag in invoering van een stelsel gebaseerd op de toegevoegde waarde.