Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.C.4.4.2:VII.C.4.4.2 HR 27 januari 2006, BNB 2006/135
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.C.4.4.2
VII.C.4.4.2 HR 27 januari 2006, BNB 2006/135
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404964:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Enkele maanden later werd door de Hoge Raad weer een arrest gewezen over een executeur die aangifte voor het successierecht gedaan heeft en te laat bezwaar maakt tegen de aanslag, zij het hier niet 'willens en wetens', maar door 'vakantieperikelen'. Ten tijde van de verzending van de aanslag naar zijn adres verbleef de executeur in het buitenland. Op het moment dat de executeur bij zijn terugkomst van de aanslag kennisnam, was de bezwaartermijn reeds verstreken. Wellicht dat belanghebbenden onder de noemer 'opgewekt vertrouwen' een door de Belastingdienst (drie weken na het indienen van de aangifte) aan de executeur verstuurde brief met de navolgende inhoud nog kon baten: 'Hierbij deel ik u mee, dat ik heb besloten dat geen aangifte hoeft te worden gedaan voor het recht van successie [...]. Als een van de erfgenamen meer verkrijgt dan de vrijstelling die voor hem geldt, moet wel aangifte voor het recht van successie worden gedaan. U kunt in dat geval het aangiftebiljet bij mij aanvragen.' Het hof heeft echter het beroep van belanghebbende tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door de inspecteur, ongegrond verklaard. Geoordeeld werd dat aan de bewuste brief niet het vertrouwen mocht worden ontleend dat geen successierecht verschuldigd zou zijn. En dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan voor het overige als van feitelijke aardin cassatie niet op zijn juistheidworden getoetst, aldus de Hoge Raad:
'Er ligt immers in besloten dat belanghebbenden erop bedacht dienden te zijn dat hun een aanslagbiljet zou kunnen worden toegezonden. Onder die omstandigheid komt het niet-treffen van maatregelen als hiervoor bedoeld voor hun risico.'
(Curs. BS)
Ondanks dat het arrest door de Hoge Raad niet vernietigd wordt, krijgt het hof toch nog een juridisch tikje op de vingers. Het hof had geoordeeld dat, ook al mocht men wel vertrouwen aan de betreffende brief van de Belastingdienst ontlenen, dan nog steeds geen sprake was van verschoonbaarheid in de zin van art. 6:11 Awb. Deze gedachte wordt echter door de Hoge Raad in zijn overwegingen afgestraft met de mededeling dat men onder die omstandigheid niet bedacht hoefde te zijn op toezending van de aanslag en het niet voor hun risico zou zijn dat de executeur geen maatregelen had getroffen die ertoe strekten dat er tijdig bezwaar gemaakt zou kunnen worden tegen de aanslag.
Het al dan niet treffen van'vakantie'maatregelen lijkt in ieder geval de rode draad.