Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.2.4.3.0:4.2.4.3.0 Inleiding
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.2.4.3.0
4.2.4.3.0 Inleiding
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS404592:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De voorgestelde regeling kent twee subjectieve vereisten, namelijk i) dat de wederpartij wist of behoorde te weten dat de insolventverklaring onvermijdelijk was en ii) dat de wederpartij wist of behoorde te weten dat schuldeisers benadeeld zouden worden. Dan is er nog een additioneel vereiste, namelijk dat geen rechtvaardiging bestond. Dit laatste vereiste is als gezegd niet eenvoudig als een objectief of een subjectief vereiste te kwalificeren, maar moet kennelijk een correctie bieden op het subjectieve vereiste. De gedachte van de commissie is dus dat hoewel de wederpartij weet dat het faillissement niet te vermijden is én weet dat de schuldeisers benadeeld zullen worden, er toch nog een rechtvaardiging voor de rechtshandeling kan bestaan. In deze paragraaf wordt het samenstel van deze drie vereisten besproken. Eerst wordt in § 4.2.4.3.1 deze driedubbele open norm kritisch besproken. § 4.2.4.3.2 bespreekt vervolgens het ontbreken van objectieve criteria. § 4.2.4.3.3 bespreekt het ontbreken van bewijsvermoedens en § 4.2.4.3.4 de ongelukkige keuze om de norm ten aanzien van de vernietigbaarheid van verplichte rechtshandelingen gelijk te schakelen met de norm ten aanzien van het verrekeningsverbod.