NJB 2025/2347
Beslagbeklag en beklagtermijn art. 552a lid 3 Sv: ingevolge deze bepaling is het klaagschrift of het verzoek niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. In casu heeft het openbaar ministerie, telkens zonder dat door het openbaar ministerie een rechter in de zaak is betrokken, de zaak tegen de klaagster geseponeerd en heeft de rechtbank daarna op grond van art. 29f Sv beslist dat de zaak tegen de klaagster is geëindigd. Aldus is geen vervolging ingesteld als bedoeld in art. 552a lid 4 Sv, zodat een beklag uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming moet zijn ingediend. De Hoge Raad merkt nog op dat de klaagster zich in casu – als gevolg van beperkingen van de huidige regeling van de beklagtermijn in art. 552a leden 3 en 4 Sv – niet op grond van art. 552a Sv kan beklagen over het uitblijven van een last tot teruggave van een voorwerp. Dat doet echter niet eraan af dat in het geval het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag niet vordert, het openbaar ministerie op grond van art. 116 Sv over de beslaglegging zal moeten beslissen en het beslag in beginsel zal moeten beëindigen.
HR 23-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1367
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
24/02055 B
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1367, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:584, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑07‑2024
- Wetingang
Essentie
Beslagbeklag en beklagtermijn art. 552a lid 3 Sv: ingevolge deze bepaling is het klaagschrift of het verzoek niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. In casu heeft het openbaar ministerie, telkens zonder dat door het openbaar ministerie een rechter in de zaak is betrokken, de zaak tegen de klaagster geseponeerd en heeft de rechtbank daarna op grond van art. 29f Sv beslist dat de zaak tegen de klaagster is geëindigd. Aldus is geen vervolging ingesteld als bedoeld in art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.