Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/9.5:9.5 Slotbeschouwing
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/9.5
9.5 Slotbeschouwing
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972026:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik begon deze studie met een citaat uit de Digesten: “societas ius quodammodo fraternitas in se habet.” Vrij vertaald: “de vennootschap heeft een zeker broederschap in zich.” Dit citaat, dat overigens is ontleend aan een passage over de aansprakelijkheid van vennoten in de Romeinse societas, raakt ook aan de regulering van informatie. De term fraternitas wordt nog wel eens vertaald als broederschap of lotgenootschap, zoals ik hiervoor ook heb gedaan, maar heeft als juridisch begrip geen duidelijke Nederlandse tegenhanger. Fraternitas impliceert wederzijdse loyaliteit, onderling vertrouwen en betrokkenheid. Dit volgt uit de wil tot een gemeenschappelijk streven naar een gezamenlijk doel (de affectatio societatis) en brengt daarmee ook een zekere gelijkheid mee. De fraternitas is geen juridisch afdwingbare norm, maar een kenmerk van de verhouding tussen partijen.
De fraternitas wordt – naar Romeinsrechtelijke traditie – veelal geplaatst in de sleutel van het personenvennootschapsrecht. Het onderling vertrouwen tussen nauw verbonden partijen die gezamenlijk een onderneming drijven, noopt dan tot non-concurrentie en loyaliteit aan het gezamenlijke belang. Die nauwe band en betrokkenheid is kenmerkend voor de personenvennootschap, maar mijns inziens niet specifiek aan enigerlei rechtsvorm gebonden. Ook in de kapitaalvennootschap speelt de fraternitas een rol, zij het in wisselende mate afhankelijk van de aard en inrichting van de samenwerking. Zo kan de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW worden gezien als een uiting van de fraternitas.
De fraternitas komt duidelijk naar voren in het voornaamste gezichtspunt voor de regulering van informatierechten, de beslotenheid van het samenwerkingsverband. In meer besloten samenwerkingsverbanden zal de fraternitas een grotere rol spelen dan in open samenwerkingsverbanden. Zo is bij familieondernemingen sprake van een sterkere fraternitas dan in een zuiver zakelijke samenwerking. Maar ook in zuiver zakelijk verband zijn gradaties te bekennen. De affectatio societatis maakt bijvoorbeeld dat de fraternitas sterker aanwezig is in een joint venture dan in een samenwerkingsverband met ‘anonieme’ investeerders.
Dit onderlinge vertrouwen, gezamenlijke nagestreefde doel en wederzijdse loyaliteit relativeren ook het belang van de vennootschap bij geheimhouding van haar informatie. Bij verstrekking van informatie in een besloten kring van bekende en vertrouwde partijen met een gezamenlijk belang, ligt misbruik van die informatie minder voor de hand. Naarmate de fraternitas meer op de voorgrond staat, rechtvaardigt dit dus ook een ruimer informatierecht. Tegelijkertijd vergroot fraternitas het belang van de aandeelhouder bij toegang tot informatie. Fraternitas impliceert ook loyalty, waardoor de aandeelhouder een groter belang heeft bij de uitoefening van zijn voice-rechten Hetzelfde geldt voor de betrokkenheid die fraternitas kenmerkt. Die betrokkenheid bij de onderneming impliceert een andere rol dan die van zuivere kapitaalverschaffer. De aandeelhouder zal over voldoende informatie moeten beschikken om die rol te kunnen vervullen. Indien van de aandeelhouder bijvoorbeeld wordt verwacht dat hij op geïnformeerde wijze met de vennootschapsleiding overlegt over bepaalde operationele aangelegenheden van de onderneming, rechtvaardigt dit ook een ruimere toegang tot operationele informatie.
Het voorgaande zal zich veelal uiten in een meer informele informatie-uitwisseling tussen aandeelhouders en hun vennootschap. Sprake zal zijn van een informatiedialoog, waarin aandeelhouders niet slechts informatie ontvangen, maar ook hun informatie delen met de vennootschap. Dat zal de vorm aannemen van een gedachtewisseling waarbij de aandeelhouder zijn visie op en analyse van een bepaalde situatie, ontwikkeling of keuze van de vennootschapsleiding geeft. Daardoor komt minder nadruk te liggen op de algemene vergadering als gremium voor informatieverstrekking. Deze mate van betrokkenheid versterkt de stewardship van de aandeelhouder. Dat is passend en wenselijk, omdat een besloten samenwerkingsverband een zekere fraternitas in zich heeft.