Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/2.4.4:2.4.4 Wets- en rechtshistorische interpretatie
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/2.4.4
2.4.4 Wets- en rechtshistorische interpretatie
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS350942:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een bepaalde herformulering of interpretatie van een wettelijke regel wordt gerechtvaardigd met een beroep op de bedoeling van de wetgever of juridisch- historisch onderzoek, is sprake van een wetshistorische respectievelijk rechtshistorische interpretatie.1 Kamerstukken en Handelingen van de Eerste en Tweede Kamer kunnen voor de rechter een bron zijn om de betekenis van een rechtsregel te achterhalen. In dat geval spreekt men van een wetshistorische interpretatie. Soms kan het ook nodig zijn oude wetteksten erop na te slaan (zoals het oude Burgerlijk Wetboek) en (vanzelfsprekend) oude rechterlijke uitspraken te raadplegen. In dat geval spreekt men van een rechtshistorische interpretatie.2 In beide gevallen blijft het van belang dat de rechter zich bewust is van de taal die wordt gehanteerd. Indien de rechter een bepaling uitlegt middels een wets- en/of rechtshistorische interpretatie, doet de rechter er goed aan de terminologie die blijkt uit die wets- en/of rechtshistorie te handhaven of termen te gebruiken die, in het tijdsgewricht waarin de rechter zijn beslissing moet wijzen, in grammaticale zin een gelijke betekenis hebben als deze hadden in het tijdsgewricht van de wets- en/of rechtshistorie waaraan de rechter betekenis ontleent.