De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/10.1:10.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS370007:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 6, p. 11 en nr. 8, p. 30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Nederlandse acting in concert-definitie van art. 1:1 Wft is de duur van de samenwerking niet van belang. Het ontstaan van een biedplicht wegens acting in concert is slechts afhankelijk van het doel van de samenwerking (zie eerder hoofdstuk 7-8) en de vorm daarvan (hoofdstuk 9). Toch kan niet te licht voorbij gegaan worden aan de betekenis van de duur van de samenwerking. In de parlementaire geschiedenis werd opgemerkt dat om effectief overwegende zeggenschap te kunnen verkrijgen, hetgeen een ontstaansvereiste is voor de biedplicht, samenwerking doorgaans niet van incidentele aard zal zijn, maar daaraan enige vorm van (duurzaam) beleid ten grondslag zal liggen.1 Die gedachte heeft in de literatuur een zekere weerklank gevonden.
In dit hoofdstuk komt eerst het ontbreken van de duur van de samenwerking als criterium naar huidig recht aan de orde (§ 10.2). Vervolgens zal ik – gelet op het voorgaande – vrij uitgebreid betogen waarom de biedplicht wegens acting in concert naar mijn mening niet beperkt zou moeten worden tot duurzame samenwerking (§ 10.3).