Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/4.5:4.5 Conclusie
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/4.5
4.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS511368:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hoofdstuk 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Parallelle procedures dienen met het oog op de systematiek van de EEX-Verordening zoveel mogelijk te worden tegengegaan. De aanhangigheidsbepalingen inzake litispendentie (art. 29 EEX-Vo II) en connexiteit (art. 30 EEX-Vo II) vormen instrumenten om eenmaal ontstane parallelle procedures in de lidstaten in goede banen te leiden. De rechtspraak van het HvJ over de litispendentiebepaling van art. 29 EEX-Vo II is echter zodanig dat daardoor kansen ontstaan voor procespartijen om door middel van een eerder aanhangig gemaakte vordering (bijvoorbeeld een negatieve verklaring voor recht) de litispendentiebepaling als vertragingsinstrument te hanteren. Art. 29 EEX-Vo II leent zich voor tactisch procederen en biedt de mogelijkheid om de wederpartij met een eerder aanhangige gemaakte procedure de voet dwars te zetten. Een oplossing voor met name de Gasser-problematiek is doorgevoerd in art. 31 lid 2 EEX-Vo II, waarbij aansluiting is gezocht bij de regeling in het Haags Forumkeuzeverdrag. De uiteindelijke tekst is op belangrijke punten verbeterd ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel. Ondanks dat nieuwe vragen opdoemen verdient deze oplossing steun. Een andere oplossingsrichting die niet in het herschikkingsproces aan de orde is geweest voor de problematiek van parallelle procedures is gewicht toe te kennen aan een misbruikleerstuk onder de EEX-Verordening II. De problematiek van parallelle procedures en misbruik van procesrecht kan wellicht ook worden bestreden met behulp van een misbruikleerstuk op het niveau van het Europese (geünificeerde) internationaal-privaatrechtelijke procesrecht. Daarbij kan naar mijn mening aansluiting worden gezocht bij het Unierechtelijke misbruikbegrip en de rechtspraak van het HvJ daarover.1