Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/5.1
5.1 Inleiding
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS444760:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Soms ook wel aangeduid als ‘administrative assessment’ of ‘official assessment’. Ik gebruik in de rest van dit onderzoek om die reden de term ‘direct/administrative assessment’.
Zie in dit verband Van der Hel-van Dijk, 2009, p. 150 en 151, die zowel de begrippen aangifte- en aanslagbelastingen als administrative en self-assessment gebruikt. Zie ook Lang (red.), 2010, p. 465. Ten slotte wijs ik nog op de centrale vraag van het symposium van de Vereniging van Adjunct-inspecteurs van ’s Rijks belastingen (aangehaald in paragraaf 1.1) waar een parallel wordt getrokken tussen de Amerikaanse self-assessment-methode en de Nederlandse aangiftebelastingen.
In dit hoofdstuk onderzoek ik de vraag welke heffingstechnieken in het buitenland worden toegepast en in hoeverre ze vergelijkbaar zijn met de Nederlandse aangifte- en aanslagbelasting. De reden om dit te doen, is dat in 1962 de toenmalige voorzitter van de inspecteursvereniging stelde dat de heffingsmethoden van de inkomsten- en vennootschapsbelasting moesten worden omgezet onder verwijzing naar het systeem dat in de Verenigde Staten voor de income tax werd toegepast (zie paragraaf 1.1 hiervoor). En in internationaal verband wordt onder andere door de OESO (eveneens paragraaf 1.1) gesteld dat landen waar nog geen ‘self-assessment’ wordt toegepast, kunnen leren van de ervaringen van landen waar een omzetting al wel plaatsvond. Deze aanbevelingen gaan er vooral van uit dat wereldwijd sprake is van twee uniforme systemen die in de literatuur veelal worden aangeduid als ‘direct assessment’1 en ‘self-assessment’. Daarnaast is er sprake van nog een veronderstelling. Die komt erop neer dat de Nederlandse methode ‘heffing bij wege van aanslag’ een vorm van ‘direct assessment’ is en dat heffing bij wege van voldoening op aangifte gelijk staat aan ‘self-assessment’.2 Beide veronderstellingen onderwerp ik in dit hoofdstuk aan een nader onderzoek. Ik begin in paragraaf 5.2 met de uitkomsten van een door mij uitgevoerde studie naar de literatuur. In paragraaf 5.3 beschrijf ik de belangrijkste onderzoeksresultaten. In paragraaf 5.4 volgt een analyse. Ik sluit in 5.5 af met een conclusie.