V-N 2020/31.20
Geen schending Unierechtelijk verdedigingsbeginsel bij dreigende verjaring
HR 26-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1144, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 juni 2020
- Magistraten
Koopman, Punt, Van Kalmthout, Van Hilten, Faase
- Zaaknummer
19/03226
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS205398:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Uitstel van betaling, kwijtschelding en verjaring
Douane (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2020
ECLI:NL:HR:2020:1144, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑06‑2020
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur vanwege de dreigende verjaring deels een rechtvaardiging had om de douanerechten na te vorderen zonder X bv eerst te horen. Bij andere uitnodigingen tot betalingen speelde dit niet en deze worden vernietigd. Het staat de inspecteur echter vrij deze opnieuw vast te stellen en weer aan X bv te doen uitreiken.
Samenvatting
X bv voert verse knoflook in uit Rusland en Turkije, waarop preferente douanetarieven van toepassing zijn. Na onderzoek door de FIOD-ECD stelt de inspecteur dat de knoflook afkomstig is uit China. In geschil zijn de aan X bv uitgereikte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.