NJ 1936/970
Grief, dat de gronden de beslissing niet kunnen dragen. Op onvoldoende gronden hoofdelijkheid aangenomen.
HR 30-04-1936, ECLI:NL:HR:1936:307
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 april 1936
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, van Gelein Vitringa, de Menthon Bake, Nypels en Servatius
- Zaaknummer
[30041936/NJ_1936-970]
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1936:307, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑04‑1936
- Wetingang
(BW art. 1318; Rv art. 59.)
Essentie
Grief, dat de gronden de beslissing niet kunnen dragen. Op onvoldoende gronden hoofdelijkheid aangenomen.
Samenvatting
Het middel komt in zijn eerste onderdeel te vergeefs op tegen in cassatie onaantastbare gevolgtrekkingen van feitelijken aard, die de Rechtb. heeft gemaakt uit te harer kennis gebrachte omstandigheden.
De Rechtb. neemt niet aan, dat in de arbeidsovereenkomsten van de Vries en van de N. V. met verweerder hoofdelijke verplichting tot betaling van diens salaris is vastgelegd op de wijze als in art. 1318 B. W. vermeld, doch de Rechtb. leidt de hoofdelijkheid van deze verbintenis rechtstreeks af uit de omstandigheid, dat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.