Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.6.3.2
13.6.3.2 De verstrekking van inlichtingen en gegevens
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493456:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Dale (digitaal).
Het begrip ‘feit’ kan worden omschreven als een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat. Zie Van Dale (digitaal).
Zie reeds Handelingen II 1951/52, p. 1940, rechterkolom.
Vgl. Kamerstukken II, 1988/89, 21 287, nr. 3, p. 5.
Haas/Jansen 2006, p. 14.
Beschikken impliceert niet dat de meewerkplichtige ook (mede)eigenaar is van het gevraagde. Zie reeds HR 23 november 1932, B. 5327.
HR 23 november 1932, B. nr. 5327 en HR 19 april 1939, B. nr. 6898.
HR 25 juni 1928, B. nr. 4296, HR 9 april 1930, B. nr. 4716, HR 23 november 1932, B. nr. 5327 en meer recent HR 25 januari 2002,BNB 2002/136 (m.nt. Feteris) en HR 12 juli 2013,BNB 2014/101 (m.nt. Van Eijsden); NJ 2013/435 (m.nt. Zwemmer). Zie ook No 1 mei 2003, V-N 2003/25.20.
No 1 mei 2003, V-N 2003/25.20. In gelijke zin Pechler 2006, p. 80. Wat in dit opzicht redelijk is, is casusspecifiek. Wanneer het voor de meewerkplichtige onmogelijk is om het gevraagde te verstrekken, dan zal hij dat tegenover de inspecteur c.q. rechter moeten waarmaken. Slaagt hij daarin, dan blijft in ieder geval de processuele sanctie van de omkering van de bewijslast achterwege. Vgl. Hof Amsterdam 29 juni 2005, V-N 2006/7.3 en eerder Hof ’s-Gravenhage 7 oktober 1998, V-N 1999/8.5, p. 585.
Vgl. HR 20 oktober 1971, BNB 1971/233 en HR 7 september 1988, BNB 1988/295.
Zie over de informatiebeschikking § 14.3.2.1 hierna.
De in art. 47, lid 1, aanhef en onder a AWR vastgelegde inlichtingenplicht behelst dat ieder gehouden is de inspecteur desgevraagd de inlichtingen en gegevens te verstrekken (mondeling of schriftelijk) die voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn.
Inlichtingen en gegevens
De term ‘inlichtingen en gegevens’ dient naar spraakgebruik te worden opgevat. ‘Inlichtingen’ kunnen worden omschreven als de mededeling waardoor iemand op de hoogte van iets komt.1 Andere omschrijvingen zijn ‘aanwijzing’, ‘informatie’, ‘opheldering’, ‘voorlichting’, ‘aanwijzing’, ‘ophelderende mededeling’ en ‘toelichting’. In deze omschrijvingen ligt besloten dat sprake is van een overdracht van feiten.2 Een ‘gegeven’ kan worden omschreven als bekend feit, waaruit men gevolgtrekkingen kan maken. Andere omschrijvingen zijn ‘een formele representatie van feiten, concepten of instructies, geschikt voor menselijke dan wel geautomatiseerde communicatie, interpretatie of verwerking’; ‘een bepaald feit’; ‘de vastgelegde uitdrukking van een feit’; ‘een grootheid’; en ‘het bekende’. Deze omschrijvingen maken wel duidelijk dat het bij gegevens uiteindelijk gaat om feiten die op enigerlei wijze zijn vastgelegd. Inlichtingen zijn dat in aanleg niet.
Inlichtingenplicht betreft feitelijke informatie
Uit de formulering en strekking van de tekst van art. 47 AWR volgt dat de inlichtingenplicht is beperkt tot feitelijke informatie. Dit ter onderscheiding van informatie die beschouwelijk van aard is, zoals adviezen met juridische kwalificaties of andere oordelen/meningen.3 Voor een juiste toepassing van art. 47 AWR dient de inspecteur juridische begrippen in een vraagstelling zoveel mogelijk te vermijden en te herleiden tot feiten. Vragen die een waarderend, normatief antwoord behoeven, hoeven niet te worden beantwoord.
Heffingsbelang
Uit de formulering van art. 47, lid 1, onder a AWR volgt dat de gevraagde inlichtingen en gegevens een (potentieel) heffingsbelang moeten hebben. Voor de aanwezigheid hiervan is vereist dat het gevraagde op zichzelf van belang kan zijn voor de heffing van de betrokken belastingplichtige.4 Dat belang hoeft er niet per se te zijn; wel moet daartoe een redelijke mogelijkheid bestaan.5 art. 47 AWR houdt dan ook geen verdere beperking in dan dat informatie die min of meer op voorhand objectief gezien niet voor de heffing van belasting van belang kán zijn, niet mag worden gevraagd of althans niet hoeft te worden verstrekt.6 Gesteld kan worden dat wanneer de inspecteur zijn verzoek voldoende motiveert respectievelijk specificeert, inlichtingen en gegevens zonder een heffingsbelang buiten de strikt persoonlijke levenssfeer, moeilijk denkbaar zijn.
Inspanningsverplichting
De meewerkplichtige wordt behoudens overmacht geacht de door de inspecteur verlangde inlichtingen en gegevens te (kunnen) verstrekken.7 De inlichtingenplicht is dan ook niet beperkt tot inlichtingen en gegevens waarover de belastingplichtige daadwerkelijk beschikt.8 Die strekt zich ook uit tot inlichtingen en gegevens waarover de belastingplichtige met redelijkerwijs te verlangen moeite kan komen te beschikken.9 Uit de parlementaire toelichting op art. 47 AWR volgt dat de daarin opgenomen verplichtingen eerder een inspannings- dan resultaatsverplichting behelzen.10 De meewerkplichtige kan dus niet lichtvaardig besluiten bepaalde gevraagde inlichtingen gegevens niet te verkrijgen. Tegelijk is hij niet gehouden hemel en aarde te bewegen om die op vordering van de inspecteur te vergaren wanneer hij daarover niet beschikt. De mate van inspanning die van de meewerkplichtige mag worden verlangd, moet redelijk te zijn.11 Wanneer de inspecteur een beroep wil doen op de processuele sanctie van de omkering en verzwaring van de bewijslast, dan moet hij aannemelijk maken dat de betrokkene de gevraagde informatie, waarover hij beschikt of kan komen te beschikken, niet heeft verstrekt.12 Sinds de invoering van art. 52a AWR speelt de discussie hierover zich (primair) af in het kader van bezwaar en beroep tegen de informatiebeschikking.13