NJ 1951/528
Woonruimtevordering. Misbruik van gezag.
HR 28-06-1951, ECLI:NL:HR:1951:33
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 juni 1951
- Magistraten
Mrs van der Meulen, Hijink, Losecaat Vermeer, Smits en de Jong
- Zaaknummer
[28061951/NJ_1951-528]
- Conclusie
Conclusie Adv.-Gen. Eggens.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1951:33, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑06‑1951
- Wetingang
(Woonruimtewet 1947 art. 7.)
Essentie
Woonruimtevordering. Misbruik van gezag.
Samenvatting
Nu B. en W. enerzijds hebben getalmd met het uitbrengen van een door de Kamer v. Koophandel gevraagd advies in zake het verkrijgen van een bedrijfsruimteverklaring door de uitgevorderde, wetende dat daardoor de beslissing omtrent deze verklaring Werd slepende gehouden (met het gevolg dat, zolang de verklaring niet was verkregen, B. en W. niet gebonden waren aan art. 7, lid 4, Woonruimtewet), anderzijds met grote voortvarendheid tot vordering zijn overgegaan, zodra zij bemerkten dat tegen de bewoonster een ontruimingsvordering was ingesteld, heeft -het Hof te dezen terecht geoordeeld, dat de vordering onrechtmatig was. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.