Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/8.3
8.3 Onrechtmatig beslag
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS493416:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 april 2003, rov. 4.5.2, LJN AF2841, NJ 2003, 440 (Hoda/Mondi Foods).
Deze omschrijving is afkomstig uit HR 11 april 2003, LJN AF2841, NJ 2003, 440 (Hoda/Mondi Foods). Zie ook paragraaf 8.4.
De figuur komt echter al voor in eerdere uitspraken van de Hoge Raad, zoals bijvoorbeeld in HR 24 november 1995, rov. 3.4, LJN ZC1894, NJ 1996, 161 (Tromp-Franca/Regency).
HR 11 april 2003, rov. 4.5.2, LJN AF2841, NJ 2003, 440 (Hoda/Mondi Foods).
Hier staat echter tegenover dat een beslaglegger in beginsel de keuzevrijheid heeft om naar eigen inzicht te handelen (art. 435 Rv) en dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat andere crediteuren cumulatief beslag kunnen leggen, zodat de beslaglegger ex art. 478 j° 480 Rv uit de opbrengst krijgt betaald naar rang van zijn vordering. Deze complicerende factor wordt tevens genoemd door Van der Kwaak 1990, p. 124 e.v., en Hartlief 2009, p. 404-405. Zie tevens paragraaf 5.3.3.2.
HR 24 november 1995, rov. 3.4, LJN ZC1894, NJ 1996, 161 (Tromp-Franca/Regency).
Er zijn twee soorten van situaties waarin een beslag als onrechtmatig wordt beschouwd. In de eerste plaats is dit het geval wanneer een beslag ongegrond is, hetgeen wil zeggen dat de vordering die door de beslaglegger aan het beslag ten grondslag is gelegd in zijn geheel niet in rechte wordt erkend:
‘Op de beslaglegger rust een risicoaansprakelijkheid voor de gevolgen van het door hem gelegde beslag indien de vordering waarvoor beslag is gelegd geheel ongegrond is.’1
Op grond van deze omstandigheden wordt aangenomen dat de beslaglegger toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld en is deze daarmee aansprakelijk voor de hierdoor ontstane schade. Ook wanneer beslag wordt gelegd op een goed dat geen eigendom blijkt te zijn van de beoogd beslagene, maar van een derde, is dit beslag onrechtmatig en is de beslaglegger voor de gevolgen hiervan aansprakelijk.
Vexatoir beslag
De andere situaties waarin sprake kan zijn van onrechtmatigheid doen zich voor indien de vordering die aan het beslag ten grondslag is gelegd ten dele niet in rechte wordt erkend, wanneer een beslag lichtvaardig is gelegd of onnodig is gehandhaafd.2 In deze omstandigheden staat de onrechtmatigheid echter niet op voorhand vast, omdat deze afhankelijk is van de vraag in hoeverre sprake is van misbruik van recht. Indien dit laatste is vast komen te staan, is sprake van onrechtmatigheid en dus aansprakelijkheid van de beslaglegger voor de schade die hiervan het gevolg is. Deze situaties worden vaak aangeduid als vexatoir beslag. Bij bespreking van de figuur van het vexatoire beslag wordt veelal het arrest Hoda/Mondi Foods aangehaald, waarin de Hoge Raad oordeelde dat de situatie waarin een vordering waarvoor een beslag werd gelegd slechts ten dele in rechte wordt toegewezen, moet worden onderscheiden van het ongegronde beslag.3
In deze zaak kocht groothandel Mondi Foods Roemeense kersen van Hoda. Niet alle kersen werden geleverd. Mondi Foods stelde Hoda aansprakelijk voor de schade ten gevolge van het niet (geheel) nakomen van haar leveringsverplichting. Mondi Foods legde in verband hiermee conservatoir beslag onder zichzelf alsmede derdenbeslag ten laste van Hoda onder ING-bank. In de hoofdzaak werd in eerste instantie de koopovereenkomst tussen partijen gedeeltelijk ontbonden en de vordering tot schadevergoeding van Mondi Foods tot een bedrag van DM 5.400,- toegewezen. De reconventionele vordering van Hoda tot schadevergoeding, op te maken bij staat, gebaseerd op onrechtmatig handelen van Mondi Foods door het leggen van de beslagen, werd eveneens toegewezen. In hoger beroep oordeelde gerechtshof ’s-Hertogenbosch anders en wees een bedrag van ruim DM 58.000,- aan schadevergoeding toe en wees de reconventionele vordering tot vergoeding van de door de beslagen veroorzaakte schade af. In cassatie betoogde Hodi, anders dan het gerechtshof besliste, dat indien naar achteraf blijkt een beslag ten onrechte is gelegd, sprake moet zijn van risicoaansprakelijkheid van de beslaglegger, ook indien voor een te hoog bedrag beslag is gelegd, dit lichtvaardig is gebeurd of het beslag onnodig heeft voortgeduurd. De Hoge Raad verwierp deze stelling:
‘Indien de vordering ter verzekering waarvan het beslag is gelegd slechts gedeeltelijk wordt toegewezen, heeft dit niet tot gevolg dat het beslag ten onrechte is gelegd. De vraag of een beslaglegger aansprakelijk is (…) moet worden beantwoord aan de hand van criteria die gelden voor misbruik van recht.’ 4
In dit geval was dus wel sprake van een bevoegdheid tot het leggen van conservatoir beslag omdat de vordering immers niet ongegrond was en daarmee geen sprake was van een onterecht gelegd beslag. Ook al bedroeg het uiteindelijk toegewezen schadebedrag nog geen tien procent van de oorspronkelijke vordering en nog geen zes procent van omvang van het gelegde conservatoire beslag.
Andere situaties waarin sprake kan zijn van vexatoir beslag zijn: het leggen van beslag uitsluitend om de andere partij te schaden of met een ander doel dan het secureren van een vordering (bijvoorbeeld het uitsluitend uitoefenen van druk), en wanneer beslag wordt gelegd op veel meer vermogensbestanddelen dan de hoofdvordering rechtvaardigt.5 In het arrest Tromp-Franca/Regency bijvoorbeeld bevestigde de Hoge Raad dat sprake was van een vexatoir en daarom onrechtmatig beslag in de situatie dat op een groot aantal onroerende zaken beslag was gelegd, terwijl ook had kunnen worden volstaan met beslag op een enkel perceel. Over de vraag wanneer sprake is van een vexatoir en daarom onrechtmatig beslag overwoog de Hoge Raad dat deze:
‘(…) In beginsel dient te worden beantwoord aan de hand van de concrete omstandigheden ten tijde van de beslaglegging, waaronder de hoogte van de te verhalen vordering, de waarde van de beslagen goederen en de eventueel onevenredig zware wijze waarop de schuldenaar door het beslag op een van die goederen in zijn belangen wordt getroffen.’6
Aan de hand van de omstandigheden van het geval zal dus een beoordeling plaatsvinden of sprake is van een vexatoir, en daarmee onrechtmatig, beslag waarvoor de beslaglegger aansprakelijk kan worden gehouden. In welke situaties sprake is van aansprakelijkheid wordt bepaald door de (niet-limitatief bedoelde) inhoud van artikel 3:13 BW inzake misbruik van recht. Dit artikel luidt, voor zover hier relevant:
‘Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt. Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.’ (…).